28. mrt, 2018

Een jaar en 303 dagen zonder Sunshine

Het blog komt er morgen, vandaag dus, pas maar ik kan vast fijn een stukje verder typen. Dat kan ik maar vast gedaan hebben. Als ik nog genoeg te vertellen heb, doe ik dat altijd. Dan zit het nog in mijn hoofd en wil het eruit. Over dat dubbel liggend wakker worden kan ik weinig vertellen. Was het maar waar want er was vast iets heel erg grappig. Anders zou ik niet zo dubbel hebben gelegen. Helaas, ik heb echt geen idee. Wel van al die gedachten die door mijn hoofd schoten. Ik kreeg een beetje het idee dat mijn moeder daarmee bezig was, gezellig herinneringen ophalen of zoiets.

Mijn vroegste herinnering, bijvoorbeeld, van toen ik klein was en straf van haar kreeg kwam boven. Straf kreeg ik niet snel hoor, daar was ze veel te zacht voor. Maar ik maakte het dan ook wel eens echt veel te bont. Ik was denk ik een jaar of drie toen ik een keertje boos op haar was. Vraag me niet waarom, dat weet ik niet meer maar dat is in dit geval dan ook helemaal geen schande. Maar ik weet nog wel heel goed wat er gebeurde. Ik liet opeens een windje en zei boos, zo dat ben jij. Mijn moeder was niet zo snel boos, gelukkig voor mij, maar dit schoot haar toch echt in het verkeerde keelgat.

'Ben je helemaal belatafeld', zei ze, 'daar krijg je straf voor hoor!' Op die leeftijd kon ik al lezen en schrijven, een beetje dan. Daarom ik moest aan tafel gaan zitten en honderd keer schrijven 'ik mag mijn moeder geen poepie noemen'. Ze had het één keer op een regel voor gedaan en ik moest dat nu honderd keer gaan schrijven eronder. Al huilend en boos begon ik er toch maar aan. Ik wist wel dat ik hier niet onderuit zou komen. Met mijn driejarige hanepoten begon ik aan de voor mij enorme taak. Die werden steeds groter want ik kreeg snel door dat het blaadje dan sneller vol was. Ik weet niet hoe vaak ik heb geprobeerd er mee te stoppen maar ma was onvermurwbaar. Schrijven zou ik, en nou opschieten. Oh wat een kleuterverdriet en boosheid maar het hielp niet.

Toen ik een heel blaadje vol had aan twee kanten en klaagde over pijn in mijn hand, haalde ze haar hand over haar hart en mocht ik ermee stoppen. Ze vond het wel genoeg nu. Ik heb zoiets nooit meer in mijn hoofd gehaald. Ik was toch al zo onhandelbaar voor haar. Ik weet nog dat ze me, ook zo rond die leeftijd, voor straf in de donkere kast had gezet, op de gang. Ze dacht dat dit wel indruk zou maken. Toen ze vlak daarna weer een keer boos op me moest worden, dat gebeurde regelmatig, ging ik uit mezelf de kast in. Zo haalde ik haar zo die troef uit handen en had het mij in de kast willen zetten, helemaal geen nut meer. Mijn arme moeder had wat met me te stellen hoor.

Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen. Ik zat samen met mijn nicht Simone op stijldansen omdat onze moeders, de nichies, dit bij onze opvoeding vonden horen. Ik mocht op zaterdag wel naar vrij dansen op de dansschool maar ik mocht absoluut niet naar discotheken of dat soort dingen. Simone, die net een paar jaar ouder was, mocht dat al wel. Dus verzonnen we de smoes dat we naar vrij dansen gingen en dan ging ik met haar mee naar de Bristol, een toen hele populaire disco op het Hofplein. Lekker dansen en swingen en lol maken. Zo ging dat bijna elk weekend, zonder dat ma beter beter wist, dan dat ik de foxtrot aan het dansen was terwijl ik stiekem aan het bumpen was in de disco.

Dat ging lang goed. Tot ik op een keer thuis kwam en ik direct voelde dat er iets niet klopte. Mijn moeder zat in de stoel waar ze altijd zat en vroeg me liefjes 'was het leuk bij de Klerk?'. Eh... Nattigheid, ik voelde nattigheid maar ik wist niet waar. Ik deed het ook bijna in mijn broek. Ik antwoordde met uitgestreken gezicht, 'ja hoor, heel leuk'. Op dat moment gooit mijn moeder de rubberen piepende kip van de hond naar mijn hoofd en zei hard 'vuile leugenaar' tegen me. Ik kreeg flink op mijn kop met elke keer een tik op mijn arm met die kip. Pieeeeeep!!!

Mijn broertje was ziek geworden en ma had naar dansschool de Klerk gebeld om mij aan de telefoon te krijgen. Ze wilde me vragen of ik medicijnen wilde halen bij de avondapotheek. Tja, daar had ik even zo gauw niet op gerekend natuurlijk en ik was er dan ook niet. Mobieltjes bestonden er toen nog niet dus voor de rest was je dan echt onbereikbaar. Buiten het feit dat mijn broertje zo ziek was, werd mijn moeder natuurlijk ontzettend ongerust toen ik niet op de dansschool bleek te zijn.

Oh wat was ze boos. Maar wat hebben we daar later om gelachen. Die piepende kip die ze naar me gooide en later nog eens oppakte om me er tikken tegen mijn arm mee te geven in haar boosheid. Dan dat gepiep elke keer van die kip, achteraf was dat natuurlijk hilarisch! Op dat moment niet en mocht ik de wekenlang helemaal nergens meer heen. Dat was mijn straf. Ze was niet altijd zo consequent behalve als ze echt heel boos was en dat was ze nu. Maar om die kip, ik heb er weer net zo hard om gelachen toen ik dat hele tafereeltje weer voor me zag. En zo ben ik uiteindelijk dan toch nog in slaap gevallen. Misschien kreeg ik in mijn slaap nog wel meer van dat soort gekke herinneringen door en moest ik daarom steeds lachen. Weet ik het?

Na die gekke nacht van eergisteren, was ik echt helemaal op. Maar ik moest naar de zaak, voor de eerste keer voor die twee uur. Nu ik zo moe was, zag ik er echt al tegenop. Maar ja, gewoon doen. Samen met Mar heb ik even met de manager gesproken. Want wat moest ik nou die twee uur gaan doen, komende keren? Zomaar gaan zitten en koffie drinken, dat voelde voor mij niet zo lekker en voor hen ook niet. Dus ga ik de komende tijd, die twee uur gewoon bij de receptie zitten. Ik zit dan niet alleen, dus ik kan zo weg als ik na die drie kwartier even verplicht naar buiten moet van de bedrijfsarts. Diezelfde drie kwartier en dan eventjes weg is gisteren niet gelukt in elk geval. Maar dat kwam ook een beetje door dat gesprek.

Dus ik ben gewoon gebleven en ben een kwartiertje vroeger weg gegaan. Dat komt op hetzelfde neer. Vrijdag is de volgende keer weer. Voor de komende weken ook alvast de dagen vast gezet. Dat is voor mij stukken beter, dan kan ik er naartoe werken. Het is meestal op dinsdag en vrijdag op een uitzondering na. Dan heb ik er tussendoor tijd om ervan bij te komen en toch nog een dagje wat te kunnen doen hier in huis of voor mezelf. Ik zie vanzelf wel hoe het me afgaat. Het voelt nu als een enorme opgave, al die data in mijn agenda maar wie weet valt het mee. Daar kom ik vanzelf wel achter de komende tijd. Vandaag nog even bij komen en wat opruimen hier en morgen naar Stefan. Dan kan ik het met hem ook allemaal even bespreken en zal hij me weer tips geven om op te letten voor mezelf. Komt gewoon helemaal goed, zo niet dan toch...