10. aug, 2018

Twee jaar en 73 dagen zonder Sunshine

Jeetje zeg, nu is het niet zo heet en heb ik nog een soort van allergische aanval. En weer gewoon netjes mijn medicijnen ingenomen. Nou, dan weet ik het ook niet meer waar dat aan kan liggen. Ik denk alleen dat mijn weerstand gewoon wat naar beneden is gegaan of zoiets. Verder kan ik niet komen met een antwoord. Ik heb er zo'n hekel aan. Voor ik wist waar dat vandaan kwam heb ik dit maandenlang elke dag gehad. Wat dat betreft heb ik niets te klagen nu hoor. Het is alleen weer zo'n dag waar je doorheen moet. Hoofdpijn en jeukende ogen, die je door dat gejeuk alleen maar kapot wrijft en het ook nog eens zelf erger maakt. Je wilt er wel vanaf blijven maar ja, dat lukt niet echt. Het zal wel weer over gaan.

Ook net weer herinneringen zitten kijken op Facebook. Oh mijn hemel, is dat al zeven jaar geleden? In 2011 dus, ben ik lekker op mijn gemakkie aan het fietsen vanuit mijn werk naar huis. Ik geloof dat ik een andere route moest nemen toen omdat de industrieweg open lag. Al kan het ook zijn dat ik naar de winkels op de Vierhavenstraat wilde. In elk geval fietste ik op mijn dooie akkertje langs de Kinderboerderij richting Marconiplein. Ik had zo'n grote mand op mijn fiets, waar mijn tas in lag. Ergens achter me hoor ik een brommertje tuffen. Niets bijzonders op een fietspad, daar let je verder niet op. Maar toch leek ik er een soort van op gericht.

Als het brommertje aardig bij me in de buurt komt, gaat het langzamer rijden. Hee, dat is raar, er klopt iets niet aan. Als de brommer me, heel langzaam, wil passeren, grijpt de man in joggingpak met helm op, naar mijn tas en wil die dus stelen. Maar in een flits grijp ik de tas bij de hengsels en ik laat niet meer los. Ik roep hard, 'ben je helemaal besodemieterd!' en trek de tas naar me toe. Door mijn hoofd flitste van alles maar vooral, ik moet er zo hard voor werken, wat een gedoe als ik alle pasjes moet blokkeren en weer opnieuw aanvragen, persoonlijke onvervangbare spulletjes zitten er ook in, never krijgt hij die tas. Door het touwtrekken of liever tastrekken, vallen we beiden bijna om maar de tas laat ik niet los.

Als ik hem zowat van zijn brommer schop, ja ja, dat durfde ik zomaar, kiest hij toch maar eieren voor zijn geld en bromt er vandoor. Het is daar heuvelop zeg maar, zo'n flauwe helling waardoor je je rot trapt maar daar heb ik, ik denk door de adrenaline, geen last van want ik trap achter hem aan en haal hem nog bijna in. Kan je nagaan, hij op de brommer en ik op de fiets. Ik had hem bijna te pakken. Maar bovenaan de helling raak ik hem net kwijt. Dan maar door naar het politiebureau wat, heel handig, op het Marconiplein zit. Ik weet nu nog steeds zijn kenteken, kan je nagaan.

Het was dan ook wel grappig, DK 103 K of zoiets, die nummers weet ik nu niet zeker meer maar van de DK maakte ik domme klootzak. De agenten hebben alles netjes genoteerd en zouden naar de beelden van de camera's gaan kijken die ze daar overal hebben hangen maar ik heb er nooit meer iets van gehoord. Mijn tas liet ik nog steeds in de mand liggen, maar dan wel met de hengsels stevig om mijn stuur gewikkeld. Oh wat was ik fel! Dat had ik helemaal niet van mezelf verwacht. Eenmaal thuisgekomen liep ik van die miss Piggy karate kreten te slaken, ik had er zelf nog de meeste lol om. Ik was natuurlijk ook ontzettend blij dat ik mijn tas met inhoud nog steeds in mijn bezit had. Zo leer je een kantje van jezelf kennen waarvan je niet dacht dat je die in je had.

En dan gaan je gedachten toch weer naar je moeder. Vorig jaar wist ze, toen ze vertrok naar de hospice, dat het niet lang meer zou gaan duren. Al die maanden van ertegen vechten lagen nu achter haar. Dat had ze alleen maar gedaan omdat ze nog de verjaardag van mijn broer wilde meemaken en die was nu achter de rug. Om Frans niet langer te laten zeuren pakten we ook haar jasje in, dat ze nooit meer naar buiten zou gaan wist ze zelf al. Geen week meer jongens, zei ze tegen ons. Dan is het over. Vorig jaar was dit een donderdag en ze heeft gelijk gekregen. Je kon het ook aan haar zien en ik kon het ook voelen. We liepen allemaal op de automatische piloot en ik weet nog dat ik toen een week of zo gewoon niets gegeten heb. Dat ging gewoon niet, ik had een steen op mijn maag.

Gisteren zei PeeT nog dat mijn moeder nog steeds met die 13 strooit, omdat ze weet dat we het nodig hebben. En het is ook fijn, dat lijntje met haar boven. Toch zijn we allemaal blij dat ze boven is, waar het zoveel mooier is dan hier. Dat haalt het missen niet weg maar het geeft wel een rustig gevoel. Ook de wetenschap dat ik haar straks weer zal zien is iets waar ik veel kracht uithaal. Ze zal me wel komen halen als het mijn tijd is. Ik kijk er al naar uit, ik ben daar absoluut niet bang voor. Ik weet dat het niet mag maar ik zou graag weten wanneer het mijn tijd is. Daar zou ik geen last van hebben alleen maar voordeel maar goed, zo gaat het niet, ook niet bij mij. Tot die tijd, probeer ik ondanks alles toch maar overal zoveel mogelijk van te genieten. Er is nog zo ontzettend veel om dankbaar voor te zijn, en dat ben ik dan ook.