6. feb, 2019

Twee jaar en 253 dagen zonder Sunshine

Wat een leuke dag is het geweest vandaag. En dat lag op zeker niet aan de weersomstandigheden. Ik hoor opeens het weer op de achtergrond, synchroniciteit, het wordt nog veel erger. Onstuimiger, met regen en storm. Jakkie. Maar het wordt wel warmer met oplopend tot 11 graden in het weekend. Nou ja, daar heb je dan ook niks aan want als het stormt en regent, dan wil er toch geen hond naar buiten. Ja een kat wel, hier willen ze elke dag op zijn allerminst de balkondeur open. Vooral ’s morgens in de vroegte, in je ponnetje, is dat koud. Die zullen in het weekend dan helemaal wel naar buiten willen. Maar van de wind en van de regen houden ze niet zo. Die beiden willen ze toch ook maar liever vermijden. Ik vermijd liever die open deur maar goed, je moet er wat voor over hebben.

De ochtend heb ik een beetje opgeruimd en zitten wachten op een oud collegaatje van me. Die komt op de koffie en lunchen. Deborah is een echte babbel en als je ons dan samen zet, dan zijn we niet zo snel uit gekwekt. En nu hebben we elkaar al heel lang niet gezien. Dat wordt echt druk! De dag zal voorbij vliegen, dat wist ik van te voren al. Alleen dan heb je nog niks gedaan natuurlijk.

Als we elkaar op veel regelmatigere basis zien dan hebben we nog veel bij te kleppen maar nu hebben we elkaar al heel lang niet meer gezien en bovendien is er enorm veel gebeurd bij ons allebei. Dus ja, dan zit je zo een paar uur te kletsen. Na de koffie bleven we doorkletsen tot het alweer half twee was opeens. Oh jeetje, Rainbow moest al lang lunchen. Bokkie, haar bijnaam en dat mogen niet veel mensen zeggen tegen haar, lag in een deuk. ‘Heb jij tegenwoordig katten die lunchen?!’ ‘Ja, omdat die eigenwijze dief geen brokjes eet en dan wordt dat zwart witte kalf dat zijn broer is jaloers. Die krijgt ook een beetje lunch dan maar.’ Het klinkt luxe maar is bittere noodzaak voor Rainbow natuurlijk. Maar goed, dat heb ik uitgelegd.

Bokkie komt van van Bokkem, en zo ben ik haar spontaan gaan noemen. Ze kan best opvliegen als het haar zo uitkomt en dan moest ik altijd lachen. Ik zei dan dat ze als een Bokkem op de haverkist sprong. Later hebben we van de speciale eigenaardigheden van de collega’s van die Delftsblauwe tegeltjes gemaakt met uitspraken die daarbij hoorden. Die van haar was uiteraard ‘als een van Bokkem op de haverkist springen’. Ik kreeg ‘het regent pijpenkrullen’. Ik deed altijd erg mijn best om mijn haar steil te krijgen maar zodra het maar een klein beetje druppelde buiten, ging het of kroezen of enorm krullen. Dit werkte dan erg op de lachspieren van mijn collega’s. Als het regende dat het goot, zaten ze al klaar als ze wisten dat ik eraan kwam. Dan konden ze weer lachen om die verzopen bouvier met een bad hair day. Wat had Sandra van der Elst nou ook al weer? Die ben ik even kwijt maar ze had er wel eentje.

We hadden er nog eentje voor Michel met ‘Michels huisje heeft zijn KRUISJE’. Oh dat is ook zo’n hilarisch verhaal. Er zijn vast collega’s die dit nog weten. Michel en ik waren ongeveer tegelijkertijd bij de RMC begonnen. Ik ben al snel naar de Centrale Verkeersleiding gegaan, CVL in het kort. Na een aantal jaar maakte Michel ook de overstap en toen was ik al een behoorlijk ervaren planner. We planden de busjes zo logisch mogelijk in met ritten en ook waar en hoe laat de chauffeurs pauze hadden, zetten we erin. Soms moest je een paar minuten schuiven met zo’n pauze om een rit kwijt te kunnen en dat moest je dan aangeven met een kruisje in een bepaalde kolom. Je kunt je wel voorstellen als vier planners dit één keertje zouden doen, dat de chauffeur dan minstens een uur later zou eten. En daar hadden wij als oplossing dat kruisje voor gemaakt. Michel zat nog midden in zijn inwerk periode en hij was nog een beetje onzeker.

Michel, Hollands glorie, blond haar en blauwe ogen en een snelle blos als hij verlegen werd. Hij zit te zoeken en te zoeken. Ik zie het en ik vraag of het allemaal lukt. Ja, het lukte allemaal wel en op zich snapte hij het ook allemaal wel. Het bleef weer even stil en ik bleef naar hem kijken. Hij had misschien wel een rare vraag, of ik even kon komen kijken. Ja hoor, natuurlijk, ik kom wel even. Hij opent een planning van een rolstoelbusje. Ik kijk over zijn schouder mee. ‘Kijk’, zegt hij, ‘ik kan hier nog een rolstoel op kwijt maar dan schuift de pauze van de chauffeur door. Ik weet dat jullie dan in die kolom dat kruisje erachter zetten. Ik kan alleen dat kruisje niet vinden. Kan jij me laten zien hoe dat moet dan?’ Van binnen begon ik al te lachen maar ik probeerde me te beheersen. Dit werd een leuke dag vandaag!

‘Hebben ze jou dat niet geleerd tijdens de opleiding?’, vroeg ik hem. ‘Nou, dat zijn ze dan mooi vergeten! Het is niet moeilijk hoor, maar je moet het wel even weten want anders zoek je je rot natuurlijk.’ Ondertussen zit hij me begrijpend knikkend aan te kijken. ‘Nu moet je wel even opletten hoor, anders mis je het zo. Schrijf het even op of zo, de handelingen, voor de volgende keer.’ Braaf pakt hij een notitieblokje en een pen. ‘Let goed op wat ik nu ga doen’, zeg ik hem nog. Ik zie hem al klaar zitten, blik op mijn handen en pen en papier in de aanslag. Ik druk de hoofdletter-toets in en ik druk op de X. Als hij op dat exact zelfde moment zijn flater beseft, zie ik vanuit zijn nek een vurig rood op trekken dat je door zijn blonde haar tot op zijn kruin ziet doorschemeren. Ik begon te lachen tot ik niet meer kon en Michel zag ik alleen maar roder worden. Ik had het niet meer, zo leuk was dat.

Daarna werd het nog erger want ik was zo moe van het lachen, ik moest even pauzeren om bij te komen. Maar ja, het verhaal vond ik zo hilarisch, dat ik het aan een paar collega’s vertelde die ook zaten te roken. Toen hadden we zelfs nog een rokerskantine, kan je nagaan hoe lang geleden dat is. Het verhaal ging als een lopend vuurtje en Michel had daar zo de pest over in dat hij  me voortaan Nazi noemde. Kreeg ik een briefje, wat we deden onder elkaar bij wisselen van dag- en avonddiensten, stond erop ‘lieve Nazi, wil jij dit of dat nog oplossen’ en dat soort dingen. Maar het ergste moest nog komen. Want alles wat maar met een kruis of kruizen te maken had, schoot me te binnen.

Michel, ik heb een ritje laten staan, speciaal voor jou, de Kruiskade!!! Jij doet vast mee met de X factor. Wil je een beetje kruizenmuntthee? Jij kan nooit in Amsterdam wonen, drie kruizen op één paaltje. Wil je overwerken of zet dat een KRUIS door je plannen. Nou ja, noem het maar op, ik wist niet dat je zoveel met en over kruizen kon verzinnen. Hij zei op een gegeven moment, nu is het echt niet leuk meer hoor. Nog heel even, dan ben je over het randje, zei ik dan, en dan vind je het vast weer leuk! Toen had je nog Hyves en toen schreef ik af en toe wel eens een blog daar. Niet vaak maar het verhaal van Michel zijn kruis, dat was té leuk om niet te vertellen. Toen kreeg hij het nog een keer over zich heen, van alle collega’s die mijn blog hadden gelezen.

Zelfs jaren later, toen ik al lang op een andere afdeling werkte, moesten we wel eens wat mailen met elkaar. Dan schreef hij weer aan de Nazi die dan altijd wel ergens een zin vond waar een kruis in kon worden genoemd. Heerlijk zoiets en goed voor jarenlang af en toe de slappe lach! Hier hebben Bokkie en ik het niet eens over gehad. Dit kwam nu bij me op. Ze is in elk geval uren nadat ze het van plan was, naar huis gegaan. Dat kletsen, dat zijn we in elk geval niet verleerd. Het lachen ook niet. Als ik aan mijn vorige baan terug denk, dan zijn de jaren op de CVL toch echt wel de leukste geweest.

Leuk om daar zo op terug te kunnen kijken! Het verhaal met het kruis, dat vergeet ik nooit meer! Té leuk. Met Bokkie had ik het ook nog over de 13 van mijn moeder gehad, dat vond ze zo’n bijzonder verhaal. Open ik de pc om mijn blog te schrijven, heb ik 13 meldingen op Facebook. Omdat we het er net over hadden, stuur ik een foto ervan naar haar via de app. Kijk ik later, zie ik dat ik het om 17u23 gestuurd heb. Tel maar op, 13. Mijn moeder vond het blijkbaar ook leuk dat ze weer eens geweest was, mijn moeder vond Bokkie wel lief…