3. mrt, 2019

Twee jaar en 278 dagen zonder Sunshine

Veel van de katten informatie waar ik regelmatig mee kom, vertaal ik zelf uit artikelen die ik ontvang van I <3 cats, oftewel I heart cats. Maar nu krijg ik ze af en toe ook al vertaald en al, via kattenbox. Het grappige is dat ze erbij vermelden dat ze het hebben van “I heard cats”. Eh. Nou, nee hoor, het is met een T. Nu is de vertaling echt al direct totaal anders. Ik heb het ze laten weten vorige keer maar goed, ze schrijven het nog steeds zo. Dan moeten ze het zelf maar weten maar ik persoonlijk vind dat dan dom. Kijk, we kunnen allemaal een foutje maken. Maar als iemand je dan vriendelijk uit legt van joh, het moet zo hoor of het is dat en dat vertaald, en je laat het dan gewoon staan, dan ben je stront eigenwijs. Just sayin’. Moeten ze het zelf maar weten. Onderstaande is dus vertaald van de bron: I heart cats met toevoegingen van mezelf.

Er zit veel mysterie achter de grote ogen van onze katachtige vrienden en er is nog steeds veel wat we niet weten over hun gedrag, persoonlijkheden en gezondheidsbehoeften. Eigenaren van huisdieren leren er veel van om hun huizen te delen met katten, maar niet alles is wat het lijkt. Er zijn veel misverstanden die de ronde doen, waarvan sommige problemen opleveren als het gaat om echt goed voor onze katten zorgen. Hoe beter we onze aaibare gezinsleden begrijpen, hoe beter de relatie ook wordt. Hier zijn 10 mythes over katten die je echt niet (meer) moet geloven.

1. Katten hebben negen levens. Het idee dat katten negen levens hebben komt hoogstwaarschijnlijk uit het oude Egypte. De zonnegod, Atum-Ra, kon zichzelf in een kat veranderen en was één van de negen krachtige goden. De mythe werd verder ondersteund door de magische manier waarop katten bizarre ongelukken overleefden. Wellicht hadden ze een sterk overlevingsinstinct waardoor ze zich uit potentieel gevaarlijke situaties wisten te wringen, maar katten zijn echt niet onverslaanbaar. In Egypte werden katten in elk geval aanbeden en dat zijn onze huidige Europese harige vriendjes nog lang niet vergeten. En dat laten ze ons weten ook. Hadden ze maar negen levens!

2. Ze komen altijd op hun pootjes terecht. Hoewel katten goede reflexen hebben en hun lichamen midden in de lucht kunnen draaien, komen ze echt niet altijd op hun pootjes terecht. Ze klimmen in bomen en over balkons en als ze vallen kunnen ze zichzelf echt heel erg veel pijn doen. Wanneer katten zich op gevaarlijke hoogtes begeven en riskeren dat ze door een windvlaag of misstap zomaar naar de grond kunnen vallen, noemen ze dat “high-rise syndrom.” Ik zelf heb daar al last van als ik op een dikke krant sta, niks kattigs aan mij op dat gebied. Op andere gebieden valt daar nog wel wat anders over te zeggen…

3. Katten kunnen niet getraind worden zoals honden. Met de juiste techniek kunnen katten veel van dezelfde trucjes leren die honden ook kunnen. Ze leren het best door positieve benadering en worden gemotiveerd door klikkers en snoepjes. Ze kunnen komen als ze geroepen worden, zitten, liggen en omrollen. Je kunt ze zelfs aanleren om naar de wc te gaan en door te trekken als ze klaar zijn. Probeer dat maar eens aan een hond te leren! Persoonlijk heb ik altijd redelijk wat tijd gestoken in mijn honden en wat ze leren moesten. Bij mijn katten heb ik dat gewoon nog nooit gedaan. Wat niet weg neemt dat ik Skylar eerst heb moeten bijbrengen dat hij echt niet zomaar iedereens eten mag afpikken. En ook dat hij niet zomaar mag aanvallen. Beide lessen hebben mij zowat gesloopt en het duurde echt maanden en maanden voordat hij het eindelijk ook deed. Wat niet hetzelfde is als dat hij het niet snapte, want dat deed hij wil maar hij wilde alleen niet meedoen.

4. Een kwispelende staart betekent een blije kat. Iedereen weet dat een hond meestal blij is als ze met hun staart beginnen te kwispelen (ook niet altijd!) en die interpretatie wordt meestal één-op-één vertaald naar katten. Als katten met hun staart kwispelen, is dat bijna altijd omdat ze geïrriteerd zijn. Als je een kat begint te aaien en hun staart begint te bewegen, dan is dat meestal geen goed teken. Dan is hij eerder gewoon echt pissig, kijk maar uit!

5. Zwangere vrouwen moeten bij katten uit de buurt blijven. Toxoplasmose is een serieuze ziekte die overgedragen kan worden van een moeder aan de foetus. Het is een veelvoorkomend misverstand dat het ook wordt overgedragen van katten op mensen. Zwangere vrouwen hebben een hogere kans op toxoplasmose door vlees te eten dan door met hun kat te kroelen. Dus ook geen reden meer om je katten weg te doen. Laat, als je zwanger bent en katten hebt, de bak door iemand anders verschonen. Voorkomen is beter dan genezen maar dat lijkt me logisch want het enige kat-gerelateerde risico heeft te maken met de kattenbak. Toxoplasmose verspreid zich via geïnfecteerde kattenuitwerpselen. Daarom wordt het zwangere vrouwen aangeraden om iemand anders de kattenbak te laten verschonen, of in ieder geval handschoenen te dragen en achteraf hun handen te wassen. Dierenschrijfster Jennifer Nelson schrijft daarnaast dat katten binnen houden en ze geen rauwe producten geven het risico ook vermindert.

6. Katten kunnen het beste melk drinken. Een kat die heel gelukkig zijn schoteltje melk drinkt is natuurlijk een welbekend beeld, maar het idee dat katten en melk de perfecte combi zijn klopt eigenlijk helemaal niet. Veel katten zijn zelfs lactose-intolerant en als ze regelmatig koemelk drinken kan dat hun darmen flink van streek maken. Niet iedere kat is lactose-intolerant, maar Pets Web MD (dierenarts)  zegt, “Katten hebben geen melk nodig en de potentiële problemen wegen zwaarder dan de potentiële voordelen.” Hier is Skylar helemaal gek op zijn kattenmelk maar van gewone melk gaan katten snel aan de dunne en dat is voor niemand fijn.

7. Alle katten hebben een hekel aan water. Er zijn bepaalde kattensoorten die het stereotype dat katten bang zijn voor water compleet doorbreken. Bengalen, Maine Coons en Savannahs zullen allemaal sneller naar lopend kraanwater toe gaan dan dat ze ervoor wegrennen. Ze gaan graag in bad en spelen ook graag in zwembaden en plassen. Ze kunnen hartstikke goed zwemmen en gaan echt niet krabben en blazen zoals mensen verwachten als ze een kat in het water doen. Mijn Sunshine is daar een geweldig voorbeeld van, die was zo gek op water en speelde daar zo graag mee. Door hem was mijn hele huis vaak drijfnat want hij had een eigen waterspeelbak in de badkamer. Dan liet hij in elk geval de drinkbakken staan.

8. Zwarte katten brengen ongeluk. In veel westerse culturen wordt er gezegd dat als een zwarte kat je pad kruist, er iets ergs staat te gebeuren. Er is geen duidelijke oorsprong van dit oneerlijke bijgeloof. Sommige verhalen linken zwarte katten aan heksen en de Keltische mythologie beschrijft een katachtige sith die de zielen van recent overleden lichamen kon stelen. Deze verhalen zijn niet bepaald onschadelijk. Zo worden zwarte katten minder snel geadopteerd als ze in een dierenopvang zitten. Ah en als je toch eens weet hoeveel liefde ik van mijn gitzwarte Sammy heb gekregen, dan zou je ze bijna allemaal zwart willen hebben. Ik had daar moeite mee, vandaar Sunshine en Moonlight denk ik. En Sammy heeft me juist veel geluk gebracht, dat zegt toch wel genoeg!

9. Klauwtjes eruit halen is geen probleem. Dit is echt iets typisch Amerikaans en komt hier gelukkig niet voor, voor zover ik weet. Katten krabben aan vloerbedekking, meubels, muren – dat doen ze nu eenmaal. Eigenaren van huisdieren die hier liever vanaf willen, kiezen er vaak voor om hun nageltjes eruit te laten halen (in Amerika dan). Het misverstand is dat nagels eruit halen gewoon een iets extremere versie van het trimmen van kattennagels is. In de praktijk is het echter een operatie waarbij ze de laatste knokkel van hun pootjes verwijderen. Als iedere nagel van de voorpootjes eruit wordt gehaald, zijn dat in principe tien amputaties. Veel katten lijden hierdoor de rest van hun leven aan chronische pijn en het mag dus ook in veel steden en landen niet meer. Bizar dat er dierenartsen zijn die dit gewoon doen! Schandalig!

10. Katten zijn te onafhankelijk om goede huisdieren te zijn. Katten staan bekend om hun onafhankelijkheid, maar dat betekent niet dat ze niet van hun baasjes houden. Katten vormen sterke banden met hun gezinsleden en de meeste eigenaren zouden hen nooit “gewoon huisdieren” noemen. Ze zijn vriendelijk en liefdevol en ze zijn afhankelijk van hun eigenaren om te overleven, maar zeker ook om hen gelukkig te houden. Er zijn zelfs therapiekatten die mensen troosten in ziekenhuizen en ze worden vaak gewaardeerd als hulpdieren voor emotionele steun. Katten zijn speciale dieren en als je nog niet ‘dienend’ genoeg bent, kan je NIET voor ze zorgen. Je moet er tegen kunnen personeel te zijn, enorm geliefd personeel hoor, daar niet van. Maar je bent nooit de baas, zoals bij een hond en daar moet je tegen kunnen. Katten zijn niet voor de poes!

Denk maar niet dat ik, nu ik iets vertaal, dat ik geen werk aan mijn blog heb omdat ik het zelf niet verzonnen heb of zo. Ik ben hier ook een aardig tijdje mee bezig geweest. Ik vind het gewoon leuk, sommige van hun artikelen dan. Er zijn er ook die echt veel te Amerikaans zijn, die plaats ik hier niet. Kijk maar naar punt 9. Ik wist niet wat ik hoorde ooit, toen ik daar achter kwam! Maar goed, hopelijk worden ze daar ooit ook wijzer. Dan de foto, samen met mijn mam. Dit was pas vijf jaar geleden en mijn 50e verjaardag is alweer zeven jaar geleden. Dat vond ik al een mijlpaal en daar ben ik alweer zeven jaar overheen. Wat ik elke keer al zeg, het gaat hard mensen, keihard!