3. apr, 2019

Twee jaar en 309 dagen zonder Sunshine

Weet je waar ik me echt al de hele week over verbaas? Dat ik geen centje last heb van die zomertijd switch! Ik begrijp er geen zak van, eerlijk gezegd! Ik ga daar natuurlijk over nadenken, ik denk graag. Het enige dat bij me opkomt is dat ik nu echt duidelijk weer aan de beterende hand ben. Samen met Stefan en Petra, de therapeuten, kwam ik erachter dat ik al in die burn out zat vanaf 2013. En als ik er eens eventjes over nadenk, dan heb ik er inderdaad ook wel zo lang last van. Vroeger had ik dat namelijk helemaal niet, ja even ene dag of zo. Daarom vond ik het ook zo raar dat ik er opeens zo enorm last van had. En daar zag ik natuurlijk weer als een berg tegenop en vandaar dat ik er zo over mopperde.

Vorig jaar had het namelijk zijn hoogtepunt en was ik pas nadat de klok weer terug ging in oktober, weer een beetje in een ritme aan het komen. Dat vond ik echt zo bizar en omdat ik het aan het ouder worden toebedeelde, zag ik dat zo niet meer zitten want ik word wel alleen nog maar ouder. Ik voorzag al hele rampen. Het enige dat ik voor geen seconde had voorzien is wat er nu gebeurde, dat ik er totaal geen last van heb. Net zoals het stoppen met roken me nog steeds verbazen kan, omdat ik dat zo niet van plan was, zo verbaast dit me nu dus ook! Hoe kan dat nou toch? Ligt het er dan al die jaren echt alleen maar aan omdat ik ziek was? Al die tijd al? Hoe langer en dieper ik erover nadenk, kan het eigenlijk niet eens anders. Hoe kan het anders dat ik er nu zo doorheen huppel, zonder een centje last?

Ik heb alleen die zaterdagmiddag enorm diep geslapen op de bank, meer niet. De zondag ging vlekkeloos over in de zomertijd, geen aanpassingsverschijnselen, helemaal niets. De cits zijn ook al gewend en dat is eigenlijk nog het meest gekke. Die kunnen namelijk geen klok kijken dus daar zou ik het wel aan moeten merken. Ik heb natuurlijk wel hun snoepie-tijd aangepast. In de winter krijgen gewoon een soort van een uur later snoepjes terwijl dat gewoon dezelfde tijd is dan. Maar voor de rest heb ik ze ook niet raar zien doen. Ja, die zondag eten geven, moest ik ze even roepen. Normaal gaan ze na vijven zeuren bij me en nu kregen ze om half zes eten maar ja dat was natuurlijk eigenlijk half vijf. Zo hebben zij er verder ook niets van gemerkt alleen dat het langer licht is. Vlekkeloos ging het allemaal dit keer. Heel bijzonder en al jaren niet meegemaakt. Ik ben wel weer zo goed als helemaal hersteld, denk ik  toch daaraan te kunnen vaststellen.

En dat kan ik ook een beetje zien aan de zolder. Die is praktisch leeg ondertussen. Nog vier dozen moeten er naar beneden naar de container en drie zware tassen. Er moet nog een tas naar Kim van de week. Ik vond de spulletjes van haar kleuterschoolperiode. Zelfs het de broche die ze maakte voor me, van ongekookte pasta, heb ik gevonden maar die hou ik natuurlijk. Maar de map met tekeningen en dat soort dingen, dat is leuk voor haar nu om zelf te hebben. Er is nog maar één hoek waarin een paar kerstdozen staan die nog niet zijn uitgezocht. Die laat ik ook even zo want ik ga nu eerst verder met de slaapkamer. Gewoon alles soort bij soort in dozen doen, verfspullen, elektriciteit spullen en draden en zo en ook kerst- en balkon spullen. Een doos of vier zeg maar. Dan heb ik op de slaapkamer plek om daar de kleding uit te zoeken.

De kleding die blijft gaat dan in van die hoezen en de kleding die weg gaat, gaat in tassen naar de weggeefhoek of zo’n container voor kleding. De rest ga ik op de zolder zelf uitzoeken. De deur is er nu open want al die tijd al willen de cits zo graag een kijkje nemen maar ik heb ze elke keer weer weggejaagd. Te veel troep en wie weet hoeveel gevaren er liggen. Maar nu heb ik het overzien en kan het geen kwaad meer. Toen ik vanmiddag zover was liet ik de deur open staan. Aurora was het eerst aan het verkennen. Ik kon haar straatmadelief verleden zo zien. Moonlight liep als een held op sokken sluipend, met zijn buik zowat over de vloer slepend van voorzichtigheid, door de ruimte aan het kijken. Als ik kuchte ging hij zo’n anderhalve meter de lucht in. Erg grappig vond ik dat.

Aurora ging overal op of onder of in. Die was veel te nieuwsgierig en zo was haar leven op de straat denk ik ook. Eerst alles even goed inspecteren en verkennen, zodat je weet of je gevaar moet verwachten of niet. Mooi eigenlijk dat je dat zo kon vaststellen. Een heel verschil met de sluipende en snel schrikkende Moonlight. Toen ik iets liet vallen vloog ze wel als een pijl uit de boog de zolder af maar ze was ook zo weer terug. De deur heb ik nu open gelaten. Skylar kwam net als Moonlight, heel voorzichtig even een blik op zolder werpen. Rainbow heb ik er nog niet gezien. Die is misschien wel snel even gaan kijken maar Rainbow is liever veilig en wel bij mij in de buurt. Hij heeft witte sokken en daar is hij een held op.

Ze kunnen hun hart ophalen want ik laat die deur nog wel even open. Er is geen reden meer om moeilijk te doen nu bij het binnengaan van die ruimte. Dat scheelt. Als straks alles totaal is uitgezocht, en daar horen de bergen schroeven en spijkers ook bij, dan kan het restant van de dozen op de slaapkamer, die al plat gevouwen zijn, netjes de zolder op. Die staan dan vast goed tot er een keer verhuisd moet worden. Ik moet er ook voor zorgen dat het nooit meer zo’n troep wordt en dat dit de laatste keer is dat ik deze zolder op moet ruimen.

Ik ben er nog niet, de zolder buiten staat dezelfde behandeling te wachten. Maar daar laat ik de dozen vuil gewoon even staan. Dan een belletje om hulp en met zijn allen de dozen wegbrengen. Misschien wel de vuilniswagen van mijn broer even langs laten komen. Want eerlijk is eerlijk, er zit genoeg van zijn troep ook bij. Dat heeft hij namelijk op mijn zolder laten liggen en dus mag hij me dan helpen om het weg te krijgen ook. Maar dat doet hij vast wel. Eerst maar even verhuizen voor hem. De vijftiende krijgen ze de sleutel al, dus dat is al bijna. Ik moet toch eerst hier nog alles doen en de dozen van boven zet ik eerst netjes opgestapeld op de gang boven. Dan kan het weghalen goed gepland worden.

In een week of drie heb ik de zolder helemaal zelf gedaan. Vorig jaar dacht ik nog dat ik dat nooit alleen zou kunnen. Ik had toen ook gewoon geen overzicht en ik ben een week ziek geweest van die ene halve vierkante meter die ik toen met Kim had gedaan. Ik ben er de afgelopen week, tussen al mijn bezigheden door, continue mee bezig geweest. Dat had ik echt een paar weken geleden nooit durven denken. En daar ben ik wel blij mee. Ik kom weer een beetje terug van weggeweest en dat is fijn. Die andere zolder komt ook nog wel. Dat weet ik wel zeker. Ik hou ervan als alles is opgeruimd en dat ik weet waar alles is en wat ik allemaal heb. Het zijkamertje van de katten raakt er ook nog eens opgeruimder door. Oh wat heerlijk is dat. Alles straks helemaal strak en georganiseerd. Dat vind ik heerlijk!

Ik heb mijn tekenmap, van begin jaren ’90, naar beneden meegenomen gisteren. De doos moet ik nog meenemen. Maar ik kan even geen trap meer zien. Ik vond allemaal oude tekeningen. Een paar met potlood of aquarelverf. Oh wat weet ik nu toch veel meer dan toen. Maar ik moet zelf zeggen, ik was wel erg gedetailleerd en precies. Dat ben ik nu nog maar nu weet ik ook trucjes van dingen waarvan ik me vroeger afvroeg hoe ze dat nou deden. Lang leven het digitale tijdperk en lang leve YouTube voor de tips en tricks van allerlei kunstenaars. Zo ben ik in één jaar net zoveel gegroeid als ik in vroegere tijden in vijf jaar gegroeid zou zijn. Misschien nog wel meer. Die van de kraanvogels vind ik zelf mooi, ook die van de reigers. Die ga ik nog eens een keertje op canvas maken denk ik, in acryl.

Ik had er ook eentje van Marilyn Monroe gemaakt. Op zich een prachtige tekening maar ze lijkt niet. Ik weet nu dat portrettekenen best lastig is en dat de pupillen echt exact hetzelfde van elkaar verwijderd moeten zijn dan in de verhouding in het echt. Anders kan het nooit lijken. Ook daar zijn trucjes voor maar die kende ik vroeger niet. Ik zal ze hier eens bij elkaar plakken, mijn tekeningetjes. De tijger had ik nog niet afgemaakt en ik had een plekje over en dat is Rainbow, die heb ik niet getekend maar die is perfect zoals hij is. Ze zijn niet verkeerd hoor, mijn tekeningen, dat zeker niet. Ik zou het nu alleen heel anders doen. Maar anders is niet hetzelfde als beter, dat is ook een feit. Nu wordt het etenstijd voor de cits. Door mijn drukke gedoe heeft Rainbow laat geluncht en daarom hangt hij nu nog niet in mijn arm of in mijn beeldscherm maar lang zal dat niet duren. Dat kan ik maar mooi even voor zijn nu!