15. apr, 2019

Twee jaar en 321 dagen zonder Sunshine

Toen ik gisteren op het toilet in de spiegel keek, keek er een blonde wasbeer terug. Oh ja! Ik had make up op toen ik in mijn ogen ging zitten wrijven. Dat vergeet ik steeds. Al vanaf, of nee zelfs voordat ik ziek werd, maakte ik me al niet meer op. Heel af en toe een beetje mascara en dat was het wel. Toen ik zo donker was, moest ik me voor mijn gevoel wel opmaken om een beetje toonbaar te zijn. En nu het weer blond is, heb ik dat een klein beetje doorgezet. Ik maak mijn ogen wat meer op en als ik weg ga, doe ik een beetje lippenstift erbij. Ik ben niet het type voor lagen foundation en poeder. Daar hou ik absoluut niet van en ik vind het er alleen vanaf een grote afstand mooi uit zien, ook bij anderen. Sorry hoor, maar dat is echt zo. Ik had meerdere collega’s waarvan de kleding en de telefoonhoorns die in de buurt van hun oren waren geweest, onder de bruine plak zaten. Bah.

En bovendien, en dat zeiden ze zelf ook, als je ’s morgens wakker wordt, dan zie je er totaal anders uit. Dan moet er eerst zo’n laag plamuur op. Nee, mij niet gezien. Mijn beste vriendin, die een jaar of anderhalf bij me heeft ingewoond, Marian, die had ook altijd zo’n laag op. En die was echt prachtig om te zien. Maar inderdaad, als ze ’s morgens wakker werd, was het een wereld van verschil. Ik was toen begin twintig, Marian is er helaas al niet meer sinds 2003, en ik wist toen al, dat wil ik echt nooit! Dan blijf ik liever altijd mezelf.

Toch, met een beetje jezelf optutten, zie het er best anders uit en dat kan ook zonder die dikke lagen die overal op afgeven. Alleen omdat ik het niet meer echt gewend ben mijn ogen te hebben opgemaakt, vergeet ik dat ik dat nu wel heb gedaan en ga lekker ongegeneerd zitten wrijven als ik op de bank hang. En ja, dan ben je net een wasbeer. Gelukkig dat ik niet zonder in de spiegel te kijken naar buiten ben gegaan. Mensen zouden zich een ongeluk schrikken. Dan loop je me voor paal. Het zou ook wel echt iets voor mij zijn. Misschien moet ik nog een spiegel op de buitendeur hangen. Dan kan ik er niet omheen om mezelf even te zien voordat ik mensen traumatiseer buiten. Ook een idee!

Nu gaan  mijn broer en schoonzus vandaag dus tekenen voor hun huis. En dan krijg ik gisteravond bericht dat ze tussen 3u15 en 15u45 een pakketje komen leveren. Zucht. Nou ja, ze geven me een seintje als ze er, met sleutel, naartoe rijden. Ik kom dan zodra ik het pakket binnen heb. Het had verdorie zaterdag moeten aankomen. Ik had twee pakketten besteld bij Zooplus en de ene was er wel al zaterdag. Maar goed, hopelijk zijn ze nu ook weer zo vroeg, zoals zaterdag. Dan ga ik zodra het pakketje er is. Ik heb geen tijd om het bord voor ze af te maken. Dat komt nog wel hoor. Ze gaan eerst maar verhuizen. Vandaag ben ik ook al weer lekker bezig geweest en voor tienen had ik al weer een berg werk verzet.

Op de trap staat het helemaal vol met dingen die nog boven moeten worden neergezet. Die ga ik zo even brengen. Daarna gelijk weer even een doos naar beneden brengen. Misschien, als ik nog puf heb, doe ik er nog eentje. Ik heb wat trappen gezien zeg, de afgelopen weken. Maar geeft niet, je wordt er fit van. Nu net dus iets van acht keer heen en weer gelopen van beneden naar boven en weer terug. Maar alles wat naar boven moest is boven. Alles van glas wat nog beschilderd kan worden, staat netjes in het zijkamertje hier beneden, uit het zicht maar goed bereikbaar voor als ik het nodig heb. Zo ook wat ik al gemaakt heb en zo mee naar markten kan. Dat is ook allemaal netjes weggezet. Zo voor het grijpen als ik het nodig heb maar toch uit het zicht en uit de weg. Ik ben best goed in ruimte creëren  zonder er vierkante meters bij te krijgen.

Ik ben de Nederlandse versie van Marie Kondo, Marie Niemeijer en zo heet ik nog echt ook! Serieus hoor, ik zie overal altijd een mogelijkheid om iets op te bergen. Planken zijn ook mijn ding, of dingen ophangen waar weer dingen op of in kunnen. Ik heb ook altijd een raar mazzeltje, alles past altijd perfect. Ik heb een heel klein plekje onder het fonteintje op het toilet. Dan heb ik een soort rekje op wieltjes met drie mandjes en dat past daar dan in op de millimeter. Echt bijzonder en ik heb het altijd. Net ook weer met al dat glaswerk, het paste exact op de plank. Geen plekje over. Alsof het er voor gemaakt is. Dat soort dingen heb ik altijd en voor zolang ik het me al kan herinneren.

Ik heb de laatste tijd mijn damper nogal eens laten vallen. Alsof ik boter in mijn handen heb, met van alles. Gisteren viel hij weer en hij sprong helemaal uit elkaar. De binnenkant hing er ook uit. Oh jeetje! Ik heb net zolang zitten pielen tot het ding weer in elkaar stak. Dat was geen makkelijke klus, mag ik wel zeggen. Alleen toen ik de batterij er weer in wilde doen, bleef die niet meer zitten. Die zat te los en zo werkt het ook niet natuurlijk. Ik voelde op mijn sloffen dat er nog iets aan een onderdeeltje moest ontbreken. Heel knap, vooral als je beseft dat ik niet eens sloffen aan had. Ik ging dus op de knieën, dat doe ik ook niet zomaar. Met mijn handen ging ik het kleed over maar ik vond niks. Ja, haar.

Ik tilde de hoek van het kleed even op, geen idee waarom hoor. Ik was niet opgestaan of zo dus het kon er in elk geval niet onder zijn gekomen. Tot mijn enorme blijdschap en nog grotere verbazing lag daar de ring van mijn moeder! Ik was er zo ontzettend blij mee, dat valt niet uit te leggen. Ik wist ook gewoon dat hij niet weg kon zijn. Toch is het een groot raadsel hoe hij van mijn vinger af is gekomen, hij zat absoluut niet te los of zo. En dan is het volgende raadsel hoe hij daar onder het kleed terecht is gekomen. Ik had hem zo op kunnen zuigen. Ik til met de stofzuigervoet altijd de rand op en zuig ik eronder op de plekken waar dan kan. En met het getik van brokjes en korrels kattenbakvulling die tikken van jewelste, had ik het niet eens gemerkt dat ik hem opgezogen zou hebben. Het was net alsof ik hem voor de tweede keer cadeau kreeg. Wat een wonder!

Nu alleen nog het kettinkje terug en ik heb alles weer, behalve mijn blauwe Christientje, die is niet meer. Ik kan er gewoon nog steeds niet over uit, hoe dat ding kwijt is kunnen raken! Als hij nou erg los zat of zo, maar dat was niet zo. Ik zal het in dit leven wel nooit weten en dat maakt ook niet uit. Ik heb hem weer en dat is het belangrijkste. Toch geldt voor het kettinkje hetzelfde, het kán niet weg zijn eigenlijk. Wie weet vind ik dat ook nog een keertje terug, op een rare plek waar hij eigenlijk helemaal niet zou moeten of kunnen zijn. Dat hoop ik tenminste. En ik hoop nog wel meer over geliefden of dingen die kwijt zijn. En hoop doet leven en ik leef volop! Ik voel me voor het eerst sinds jaren en jaren weer goed eigenlijk. Niet de hele dag door moe en lusteloos en dat is op zich al een wonder. Ik was dat al als normaal gaan beschouwen en snapte nooit waar anderen de energie vandaan haalden.

Nou snap ik het wel. Dat heb je gewoon van nature als je niet ziek bent, dat blijkt nu wel. Ik ben er nog niet hoor maar vergeleken met een paar weken geleden is het verschil erg groot. Eerlijk is eerlijk, ik was al vele jaren ziek voordat ik instortte. Alleen door die ijzeren discipline en het altijd over mijn grenzen gaan,  ging ik er jarenlang gewoon met alles door. Leuk een bikkel zijn? Ik dacht het niet! Het kwam niet in me op om te denken dat er iets aan de hand was met me. Ik voelde me alleen zo ontzettend moe. Daar ga je toch niet mee naar de dokter? Dat er ondertussen steeds meer begon te spelen en mijn lichaam me de raarste signalen gaf, ik had het niet door. Ik accepteer altijd alles gewoon zoals het is en daar blijk ik dus extreem ver in door te gaan. Niet goed. Daarom probeer ik nu wel heel goed op te letten. Dat ik zo overloop van energie is vreemd voor me en ik ben bang dat ik dan toch over mijn grenzen zal gaan.

Omdat ik nu zoveel doe, zonder moe te worden of krampen te krijgen, terwijl ik dat niet gewend ben. En dat is een raar gevoel. Als ik zo loop te slepen met zware spullen, trappen op en trappen af, dan snap ik niet dat ik niet moe word. Of dat ik geen krampen krijg ergens. Ik let er wel op maar het blijft een soort van afwezig. Schiet mij maar lek hoor, ik kan me dit gewoon niet eens meer heugen, dat ik me zo goed gevoeld heb. Dan kan je denken, ja maar, je zit nu gewoon thuis. Straks met een baan is dat wel anders. Dan denk ik dat niet eigenlijk. Want ik zat toen ik ziek was ook thuis, ik kwam niet eens buiten! En toen kon ik ook niks en bleef ik net zo moe als ik was. Ik begin nu gewoon, na al die jaren, mezelf weer wat beter te voelen. Ik wist het gewoon niet meer, hoe het hoort te zijn. En dat begint nu een beetje terug te komen. En daar ben ik heel blij mee, net zo blij bijna als met mijn teruggevonden ring. Thanks mam!