5. mei, 2019

Twee jaar en 341 dagen zonder Sunshine

Gisteren zat ik te typen en opeens bleef de tv stil. Ook raar, dacht ik, storing? Bleek het al acht uur te zijn en kwam het door de twee minuten stilte. En daar doe ik altijd aan mee, aan de dodenherdenking. Gelukkig maar dat het programma opeens stopte, zodat ik er attent op werd gemaakt. Dat is wel het minste wat je kunt doen, vind ik. Ik ben een kind uit de jaren zestig en bij ons werd er ontzettend veel over de oorlog gesproken. Het is een periode geweest waarin mijn oma en opa een jong gezin waren met kleine kindertjes. Mijn moeders oudste broer is van voor de oorlog en mijn moeder en haar jongere broertje zijn allebei van in de oorlog. Oom Aad is van 1937, mijn moeder uit 1941 en Oom Ben is van 1943. Ik geef het je te doen. Wat moet dat een heftige tijd zijn geweest. Als klein kind sta je daar niet echt bij stil, zelfs niet als je groot wordt met al die horror verhalen. Maar als je er als volwassen mens over nadenkt, dan kan je je dat niet eens goed voorstellen, hoe dat moet zijn.

Het gaf me wel een, oneerlijke, antipathie voor Duitsers en Duitsland op zich mee. Dat werd er met de paplepel ingegoten. Dat zat er bij oma en opa natuurlijk ingebakken. Niet zo raar natuurlijk. Pas later, toen ik al lang volwassen was, heb ik dat ondertussen zowat bij me horende gevoel van antipathie eruit kunnen halen. Je mag nooit een heel land over ene kam scheren, zelfs al zou daar maar één goed mens tussen gezeten hebben. En dat zullen er vast veel en veel meer geweest zijn. Het kwam alleen door het opgroeien met de verhalen, die zo vaak verteld werden. Waar het hart vol van zit, was in dit geval alleen maar erg logisch. Je zal maar zwanger zijn in een tijd waarin de bommen om je oren konden vliegen. Op het einde van de oorlog drie kleine kindjes hebben. En op het einde werd het alleen nog maar grimmiger natuurlijk.

Verhalen zat, daar zou ik ook boeken over kunnen schrijven. Over de honger, de voedselbonnen en hoe oma en opa het allemaal toch konden rooien. Dat ze woonden boven een garage, en die was ingenomen door Duitsers. Ze brouwden rum daar en dat deed je met suiker. Twee kleuters en een baby die niet genoeg te eten kregen sliepen er boven. Mijn oma heeft toen die, nog natte, suiker gestolen maar daar zat natuurlijk nog de alcohol in. Met rode wangetjes en een beetje dronken zijn mijn ooms en moeder toen in slaap gevallen. Maar wel met een volle maag. Dat is nog maar eentje van de vele verhalen. Mijn opa zat ook in het verzet en toen ze hem op transport wilde zetten, alle mannen werden in fabrieken te werk gezet, is opa er vandoor gegaan. Er is nog op hem geschoten maar het was duidelijk zijn tijd nog niet.

Heel raar ook, de familie van mijn vader komt uit het hoge noorden, Groningen, Friesland en Drenthe, waar mijn vader geboren is. Die opa zat dan weer bij de NSB. Toch wel bizar dat ik van twee zulke enorm van elkaar verschillende mensen een kleinkind ben. Ook over die opa zal ik niet oordelen, hij zal zijn redenen gehad hebben of anders was hij gewoon nog te onbewust om te zien hoe fout hij zat. Alles wat je een ander aandoet, zal je toch zelf moeten goedmaken dus dat krijgt hij in een volgend leven echt terug. Toch heb ik dan veel liever mensen zoals mijn opa van moeders kant, al komt die andere ooit ook wel een keer zo hoog. Die opa deed altijd alles om mensen te helpen. Zelfs al was hij zelf altijd benauwd, in de hele buurt stond hij bekend. Ga maar naar Arie Crielaard, die helpt je vast wel, die is gediplomeerd E.H.B.O.-er.

Splinters, wondjes, gebroken neuzen, overal kwamen ze mee bij mijn opa. Als het je tijd niet is, dan ga je gewoon niet maar met een wondje ging je naar Arie. Trouwens, anders had ik er ook niet geweest. Tijdens het grote bombardement van Rotterdam, toen de hele binnenstad plat werd gegooid, is het hele gezin maar op het nippertje ontsnapt aan de dood. Zij woonden toen in het centrum en het luchtalarm ging. Ze waren net aan het wandelen of zoiets, dat weet ik niet precies meer. In elk geval, ze wilden een schuilkelder in maar die zat vol en ze werden geweigerd. In blinde paniek zijn ze verder gehold en vonden uiteindelijk een stukje verderop nog een schuilkelder waar ze wel in konden met zijn allen.

Oh wat angstig moet dat geweest zijn! Met je kleine kindjes midden tussen al die vallende bommen te moeten zitten wachten en hopen dat je het overleeft! Ik moet er niet aan denken en kan me niet eens echt inbeelden hoe erg dat geweest moet zijn. Mijn voorstelling ervan zal vast een zwak aftreksel zijn van hoe zoiets echt is. Bijna heel Rotterdam is die dag plat gebombardeerd. Vandaar dat beroemde standbeeld De Verwoeste Stad (1953) van beeldhouwer Ossip Zadkine op Plein 1940, hier in Rotterdam.

Het is het belangrijkste oorlogsmonument van Rotterdam en sinds 2010 een Rijksmonument. Het doet me altijd wat, als ik het zie. Vooral ook omdat ik weet, dat toen ze weer het sein ‘veilig’ kregen, hun hele stad geen centrum meer had. Alles lag plat. Ze kwamen langs de schuilkelder waar ze geweigerd werden en die was door de bommen geraakt. Er was niets meer van over en alle mensen die erin zaten, hebben het niet overleefd. Hoe een weigering een zegening kan zijn. Dat geeft je dan wel even een enorme shock, lijkt me toch, als je zoiets ziet.

Maar wel de reden dat ik en al mijn neefjes en nichtje er zijn. En die hebben weer kinderen allemaal en sommige daarvan hebben ook alweer kinderen. Die hadden er allemaal niet geweest, als die schuilkelder niet bomvol had gezeten. Nou ja, dat is weer een hele rare woordgrap die niet de bedoeling was, al schiet ik er wel van in de lach. Hoe raar kan het leven wel niet lopen. En daarom zat mijn jeugd altijd vol met verhalen over de oorlog. Ook hadden we boeken met foto’s uit de concentratiekampen. Oh, daar kon ik dan niet van slapen, zo erg vond ik dat. Die mensen die zo mager waren, dat het meer levende skeletten waren. Ik kon er als klein meisje echt om huilen en het is dan ook niet gek dat ik die Duitsers onmensen vond.

Maar weet je, dat lag niet aan de Duitsers, Nederlanders zijn ook zo netjes niet geweest in Indonesië bijvoorbeeld. Het is geen kwestie van nationaliteit maar van mentaliteit. En als een regering of een leider slecht is, dan lijdt het hele volk daaronder. Dat geldt voor elk land en elke nationaliteit. Goeden lijden onder slechten, zo zal het altijd gaan tot er helemaal geen slechten meer zijn en dat zal ooit zo zijn. Alleen, dat gaat nog wel even duren. Tot die tijd moet elk mens voor zichzelf beslissen of ze ergens aan mee willen doen of niet. Kijk alleen al naar al het geld dat ze steken om te kijken of ze naar Mars kunnen komen. Geef dat geld in Godsnaam aan mensen die honger lijden, zet daar iets duurzaams op. Weet ik veel, maar gooi het niet zo weg.

De Notre Dame in de fik? Miljarden gaan er heen maar dat is verdorie maar steen. Ik vond het ook erg om het te zien branden, echt waar. En het herbouwen? Zeer zeker. Maar zoveel geld voor steen? En er hebben mensen honger? Dat kan toch niet? Een mensenleven is toch veel meer waard? Ik begrijp dat niet en ik wil het niet eens begrijpen. Maar eens, zal zoiets idioots niet meer gebeuren en er zal een tijd komen dat er niemand meer honger zal hebben. Maar zolang er nog zulke idiote stunts worden uitgehaald, heb ik het vage vermoeden dat het nog wel even zal duren voor we de ultieme Bevrijdingsdag zullen gaan hebben.

Maar voor nu, voor vandaag is het wel belangrijk om je te herinneren dat vrijheid niet zomaar iets vanzelfsprekends is. Dat er mensen voor gestorven zijn, zodat wij hier vandaag in vrijheid een blog kunnen schrijven. Dat ik niet word opgepakt om wat ik schrijf maar zelfs ook die vrijheid heb. De vrijheid van meningsuiting want dat heeft ook nog lang niet iedereen. Hopelijk zal het minder lang gaan duren dan ik nu zou inschatten. Laten we daar maar gewoon vanuit gaan! Vrijheid voor ons allen, het zou zo normaal moeten kunnen zijn. Dat wilde ik toch maar even gezegd hebben, zo op deze 74e Bevrijdingsdag! Mijn moeder is het haar hele leven lang bijgebleven, dat grootse feest van die vijfde mei. En ze heeft me altijd op het hart gedrukt, dat het belangrijk genoeg is om elk jaar weer even bij stil te staan. Vooral nu er meer mensen zijn die het niet, dan die het wel hebben meegemaakt. Vrijheid is een kostbaar goed maar zou eigenlijk vanzelfsprekend horen te zijn.