10. aug, 2019

Drie jaar en 73 dagen zonder Sunshine

Ik kreeg net een herinnering te zien, vandaag ging ma naar die hospice twee jaar geleden. Bizar blijf ik zulke confrontaties met de tijd vinden. Het lijkt tegelijkertijd erg lang geleden en als gisteren. Dat maakt het voor mij een bijzondere gebeurtenis, want alleen bij bijzondere gebeurtenissen heb ik dat bijzondere gevoel. Het is toch wat hè. Deze periode zal altijd mijn moeders periode blijven. Omdat het ons leven totaal overheerste deze maand. En het was ook zo bijzonder allemaal, wat er na haar overgaan gebeurde. Grappig, ik had ‘dood’ staan maar dat voelt niet goed, omdat er geen dood is. Daarom maakte ik er ‘overgaan’ van. Dat doe ik elke keer.

Automatisch schrijf of zeg je ‘dood’ maar dat is gewoon geen waarheid. Dat is bij mij geen geloof maar een weten. Ik wist het al toen ik klein was en dit weten zit van binnen. Al gaat de hele wereld tegen mij tekeer, ik zal dat nooit ontkennen of zelfs maar kunnen ontkennen. En daarom haal ik het dan ook weg, ik heb zo’n pesthekel aan liegen en daarom vertik ik het ook zelf te doen. Ma is overgegaan. Eigenlijk net zoals op school, had je een goed rapport dan ging je over. Naar een hogere klas. Ma is echt letterlijk overgegaan naar een hogere klas. En dat geldt eigenlijk voor elke levende ziel. Want of ze nu hoger gaan in de sferen en daar blijven om verder te groeien in de geest, of dat ze naar de wereld van de wedergeboorte gaan.

Daar ga je je voorbereiden op je nieuwe leven en ga je in een soort van meditatie je laatste leven bekijken. Kijken wat je goed en fout deed, een soort van in gesprek gaan met de Albron, waar je vandaan komt. Die ‘Albron’ bestaat uit de Alvader en de Almoeder. En die zijn samen één en die hebben je geschapen. Maar ongeacht dus, of je boven verder gaat of weer terug moet, je gáát over. Want in elk leven, kom je een klein stukje hoger. Zelfs al zou je dat niet willen, dat gebeurt toch. Dit om even duidelijk te maken, dat hoe slecht iemand in dit leven ook nog is, die komt ook hoger. Ook al zou die bijvoorbeeld zelf liever ‘slecht’ blijven. Dat gaat hem of haar niet eens lukken.

Want ook in die persoon zit dat stukje ‘Albron’ nog steeds, waaruit hij of zij ontstaan is. En dat stukje is stuwend, het doet je leven en het doet je hoger gaan. Dat is ook waarom we allemaal één zijn. We komen allemaal uit die bron, we hebben allemaal zo’n stukje ervan, wat ons voort stuwt en hoger doet gaan. Elk leven maar weer een klein stukje hoger. Dat gaat vanzelf, zonder dat je daar iets voor hoeft te doen. Dat is wat dat stukje Goddelijkheid in jezelf voor je doet. En dat blijft zo doorgaan en eens word je je daarvan bewust. Dat is de ontwaking, die ons allemaal te wachten staat. Dat begint met spiritualiteit en het komt altijd naar buiten. Het duurt even, maar dan heb je ook wat! Om het maar even populair te zeggen.

En het geldt voor iedereen. Geen enkele ziel uitgezonderd. En ja, er zijn er miljoenen verder dan ik, maar er zijn ook miljoenen lang zo ver niet. Miljarden zelfs, beide kanten op. En toch komen we allemaal ooit even ver. Je kan er niets aan doen, dat je later of vroeger ontstaan bent toch? Dus het is ook niets om over op je borst te kloppen hoor, dat je verder bent dan anderen. Dat is gewoon een natuurlijk verschijnsel. Je gaat toch ook niet boos doen tegen een kleuter omdat hij niet zoveel weet en kan als de kinderen op de lagere school? En die kinderen van de lagere school, die ga je toch ook niet straffen omdat ze niet zo ver zijn al, als de pubers van de middelbare? Het zou wat zijn zeg!

Waar ik over begon, dood is dus nooit dood. Dood is eigenlijk een geboorte, maar dan in vermomming. Voor ons hier lijkt het een definitief afscheid maar dat is het niet. En dat te weten, oh dat is toch zo geweldig! Dat geeft zoveel rust ook. Angst? Heb ik niet. Ik ga met alle liefde en plezier als het straks mijn tijd is. Ik ben niet suïcidaal hoor, maar ik kan bijna niet wachten! Zo graag wil ik daarheen. En, ik durf mezelf recht in mijn gezicht te kijken, ik weet wat er aan me mankeert nog, genoeg zou ik zo zeggen, en dus weet ik waar ik aan moet werken. Maar ik weet ook dat ik niet naar de duistere sferen meer moet. Dat wat ze in de Bijbel de hel noemen, dat bestaat gewoon niet. Want in de bijbel hebben ze het ook over verdoemenis. En die bestaat ook niet.

Bestaat er slechtheid? Nou, ja, dat lijkt zo maar eigenlijk is dat onbewustheid. Die zijn nog niet aan het ontwaken, zeg maar. Maar over een paar levens of nog wat meer, zijn die ook zover. Dus ja, ik zie er naar uit! Ook om de mensen die ik moest missen hier weer te zien. Of in elk geval te kunnen kijken waar die uithangen nu. Dat kan allemaal, er kan heel veel. Eigenlijk is er niets dat niet kan. Eigenlijk zijn wij allemaal Goden in wording. Maar waarom dan al dat slechte, zou je denken? En waarom, zo denken veel mensen, staat God dat toe, al dat kwaad, al die ellende, al dat slechte?

Maar dat hebben we allemaal zelf gedaan! Daar heeft een God niets mee te maken. We zijn perfect geschapen, zonder enige wanklank. Maar we zijn zelf begonnen met ons lelijke gedrag, doordat we ons bewust werden van onszelf. En toen wilden wij die mooie ketting van steentjes die de buurvrouw zelf had gemaakt. En we wilde die vrouw van die andere stam, die al aan iemand verbonden was. Dat maakte ons niet uit, die hebben we gewoon verkracht. En zo ging het maar verder en verder met lelijke dingen doen en gemene dingen. Daar hadden onze Almoeder en Alvader niets mee te maken. Ze hadden het wel voorzien, dat dan weer wel.

En het heeft dan ook wel degelijk een reden. Want hoe kan je het licht waarderen, als je nog nooit in het donker hebt gezeten? Hoe kan je weten hoe lekker zoet kan smaken, als je nog nooit iets bitters in je mond hebt gehad. Zo moeten we dan ook van onbewuste duistere creaturen, naar bewuste Goden groeien, die we uiteindelijk gaan zijn. En we zijn er nog heel lang niet. Alle levens die je hier op aarde geleefd hebt of nog moet leven, dat is niet eens halverwege! Wel bijna, in verhouding dan. Maar oh wat zijn we er nog lang niet. En toch, toch is ‘the tippingpoint’ al geweest, zo rond de jaren vijftig. Het omslagpunt, in het netjes Nederlands. Het omslagpunt waarop er meer goed dan kwaad was in de wereld, daar heb ik het over. En kan je nagaan, dat is nog niet echt te merken maar toch was het er.

Het zal dus nog wel even duren, voordat het echt merkbaar is. Dat echt iedereen uit het duister is getrokken. Maar toch, het komt eraan! En dat is alleen maar een goed ding! Is het niet fijn om te weten, dat hoe duister jij ook nog bent, of iemand waar je van houdt, dat die toch ook hoger komt, zelfs al is dat nog ongewild? Je denkt toch niet dat we zomaar geschapen zijn, en dat niet iedereen evenveel waard is? Niet even ver, oké, dat is logisch toch? Ooit was jij ook zo’n naarling, die martelde en moordde. Maar elke ziel is even waardevol, ze moeten dat alleen nog zelf leren zien. En dan gaat het snel. Maar tot het zover is, ja dat heeft even wat voeten in aarde.

Ik zit te wauwelen over iets, terwijl ik het over iets heel anders wilde hebben. Zou ik het missen, dagelijks schrijven? Nou, dat blijkt van wel! Maar geeft niet, ik haal het wel in. Ik ga morgen gewoon verder. En dan heb ik het misschien wel waar ik het over wilde hebben. Of niet, ga ik maandag weer verder. De eerstvolgende stagedag is vrijdag pas weer. Dan ben ik helemaal goed uitgerust, aan mijn dieet begonnen en kan ik er weer helemaal tegenaan. Wat een heerlijk vooruitzicht! Ik heb vandaag helemaal niks gedaan, alleen langs mijn nicht gegaan, met het schilderij en de kandelaar! Dat vertel ik dan morgen allemaal wel! Misschien ga ik ook wel weer een blogje vooruit werken. Dan kan ik, als ik nog puf heb, die plaatsen op de andere dagen? Ik zie het nog wel… Jullie ook 😉