16. nov, 2019

Drie jaar en 171 dagen zonder Sunshine

Van de week hoorde ik opeens iets heel erg interessants op het nieuws. Tenminste, ik vind dat interessant. Toevallig hadden we het in de week ervoor, op school nog over gehad. Het ging erover dat er zoveel kinderen, meestal tussen de 8 en de 14 maar soms ook nog ouder, last hebben van een vorm van epilepsie, absences. En dat er tegenwoordig veel kinderen dan aangeven, dat ze dan echt even in een andere wereld zijn. Een meisje vertelde, dat ze dan in een totaal andere wereld is dan hier. Zij werd dan achtervolgd door een grote grijze wolf. Die absences duren maar kort en dan flippen ze weer terug, en zijn ze weer in het hier en nu. Maar als zij dan daarna weer een volgende absence kreeg, soms niet veel later, soms uren en uren later pas, dan was de wolf een heel stuk dichterbij gekomen. En zo ging dat door tot hij haar bijna had en ze zelfs zijn adem in haar nek voelde.

Ik vond het zo interessant omdat wij, als Rulof lezers, heel goed weten, dat die kinderen de waarheid spreken. Op die momenten zijn ze namelijk echt letterlijk tussen leven en dood in. En het ligt aan hun afstemming, dat wil zeggen op het licht of op het duister, waar ze zijn of wat ze meemaken, of zelfs dat het door andere ‘astralen’, en die zijn er genoeg, beïnvloed worden. Maar ja, als ik dat aan die arts ga vertellen, zit ik zelf zo in een kamertje met van die chesterfield bank muren en met een trui met veel te lange mouwen en van die gespen op je rug. Daar kan je dan niet bij en ik vind het hele lelijke truien. Dus ik hou link mijn mond dicht. Ja, oké, er lezen hier dagelijks ook zoveel honderd mensen mee. Toch weten de meesten daarvan al dat ik toch gek ben, daarom maakt het dan ook niet meer uit.

Nee hoor, ik ben om de dooie dood niet gek, maar ik ken gewoon die wetten. Door die boeken weet ik de nuances en de rest zat al van binnen. En wie me daardoor gek vindt, die mag dat vinden. Ooit komen die naar me toe, nee, niet in dit leven maar verder, om te zeggen; ‘goh, je had echt gelijk hoor’. Ja, dat wist ik toen ook al. En ooit, een aantal levens terug, zal ik op mijn beurt weer zo’n persoon als ik nu ben, hebben veroordeeld of op zijn minst niet geloofd hebben. Zo werkt dat en dat krijg ik nu ook terug. Niet erg, we komen allemaal toch zo ver. Kwestie van geduld hebben. Maar als ik iets weet, dan laat ik dat ook niet meer los. En dit weet ik, dat geloof ik niet, dat weet ik.

Maar in elk geval, vroeger werd er dan over zulke dingen niet gesproken. Maar, en dat staat ook in de boeken van Rulof, heel langzaam, zal ook de wetenschap bewijzen krijgen. En daar vind ik dit dan weer een klein onderdeel van. Want ik weet zeker dat de mensen die dit jaren geleden ook hadden, dezelfde beleving hadden. Maar of dat werd weggewuifd als fantasie, of als wat anders. Misschien werd het zelfs wel totaal genegeerd. Dat weet ik niet maar ik weet wel, dat ze het nu opeens bijzonder interessant gaan vinden. En als ze dit verder gaan onderzoeken, dan komen ze straks vanzelf een stapje verder.

Want eigenlijk is zo’n ‘absence’ een beetje hetzelfde als slapen. En de wetenschap weet veel, maar ze weten niet wat slaap is en dat weten de gevorderde Rulof lezers wel. Toen Jozef Rulof nog leefde, werd hij regelmatig getest. En hij wilde zelf nog meer getest worden, want hij kon zo dingen bewijzen. Waarom dit niet is gebeurd of dat het wel gebeurd is, dat weet ik eigenlijk niet. Daar zal ik misschien een keertje informatie over vragen bij de stichting. Als we slapen treden we namelijk uit ons lichaam. En dat weet de wetenschap niet. Soms hangen we er dan boven te rusten, dan weten we van niets. We blijven altijd verbonden met ons lichaam, via het fluïdekoord, dus je kan niet weg. Gelukkig maar!

Soms ga je overleden geliefden bezoeken op de weide. Dat weet je dan niet meer, als je wakker wordt. Of je hebt een vage herinnering aan een mooie droom, dat je bij je oma was of iemand anders waar je veel van hield. Dat geeft je dan de kracht om hier op aarde weer even door te gaan. Wat ik als kind vaak had, was dat ik ging ‘vliegen’ als ik sliep. Oh dat vond ik geweldig! En ik vloog dan boven onze straat en het ging zo makkelijk. Ik moest er niet over nadenken hoor, want dan kukelde ik heel hard naar beneden. Maar meestal ging ik zo lekker overal heen, ik kon ook overal kijken en alles zien. Heel apart allemaal en als kind vond ik dat gewoon altijd geweldige dromen.

Als ik die dan dol enthousiast aan mijn moeder zat te vertellen, vond ze dat erg grappig. Dat ik dan zei; ‘ja maar mama, bij de buurvrouw, bij Duckie zijn moeder, hingen allemaal spijkerbroeken aan de lijn. En ook hun overhemden hingen er allemaal, rode met ruiten!’ Dat balkon was aan de binnenkant, de tuinkant, vah het blok en dat kon ik normaal helemaal niet zien. Vliegend natuurlijk wel, dan kwam ik overal. Mijn moeder zal wel gedacht hebben, die is helemaal koekoek! En soms, als ik dan naar beneden viel, dan kwam ik met een klap weer terug in mijn bed en vloog ik, door het gevoel hard te vallen, rechtop overeind in bed. Zo werd ik heel vaak wakker, ook zonder de vlieg dromen. Ik begreep pas dat ik toen uittrad, na het lezen van de boeken. Oh dat was dus echt! Wie had dat gedacht? Mijn moeder toen niet en ik ook niet. Mijn moeder is daar nu boven en weet nu zelf dat zij ook kan vliegen. De geestelijke vleugels noemen ze dat daar, want engelen met van die grote dingen op hun rug, die bestaan dus niet.  

Die wereld na deze wereld, de wereld achter de sluiers, die is er echt. En daar gaan ze in de wetenschap toch ook echt achter komen, met bewijzen en al. Er is al zoveel uitgekomen van wat in de boeken staat. Ik twijfel er geen seconde aan, dat de rest ook uit zal komen. Dat komt vanzelf wel, een kwestie van geduld. En dat soort berichtjes op het nieuws, zoals van die absences bij die kinderen, die nu opeens vertellen wat ze daar allemaal in beleven, die helpen daaraan mee. En dat vind ik prachtig!

Wat ik ook prachtig vond, is dat ik een heleboel mooie quotes vond van Keanu Reeves. Zelfs een paar mét foto! Ik zet elke dag ook een quote op deze site en ik ben al maanden bezig met de prachtigste quotes van Nobelprijswinnaars in de literatuur. Nog een paar weken en dan ben ik daar doorheen. Het waren er gelukkig veel, ik zet niet zomaar een quote neer. Ik moet er wel zelf wat mee hebben. Maar de meeste van die filosofen en schrijvers, daar zit ik wel mee op een lijn. Mooi is dat, het zijn zulke wijze quotes ook, die mensen weten ook meer dan de rest van de gemiddelde medemens, dat blijkt daar wel uit… Geen wonder dat die prijzen wonnen, die hebben de mensheid ook echt iets te brengen.

Maar Keanu ook, dat vind ik zo’n prachtig mens! Natuurlijk en ontzettend jammer, dat ik hem niet persoonlijk ken maar wat ik ook over hem hoor, het zijn alleen maar mooie dingen. En wel zulke dingen, dat ik denk, ja daar zouden veel mensen een voorbeeld aan moeten nemen. Al weet ik net zo goed, je kan niet sneller dan je bent. Je kunt niet als je kleuter bent, een graad aan de universiteit behalen, hoe intelligent je ook bent als kleuter. En zo is het ook met gevoel. Sommige mensen zijn daar heel ver in en halen universitair niveau op hun gemak. En Keanu, is professor in een wereld met kleuters. Hij snapt alleen zelf niet hoe dat nou komt, hij vraagt het zichzelf wel af. Ik zou hem een brief moeten sturen en moeten wijzen op de boeken van Jozef Rulof! Dan snapt hij het meteen. Maar hij blijft professor, alleen snapt hij dat dan ook.

Want anderen zijn kleuters op dat gebied en hoe graag je ze ook hoger zou willen hebben, dat kan niet in één keer, daar moeten ze naartoe groeien. Ze moeten eerst nog de kleuterschool door, dan de lagere school, middelbaar en hoger en dan pas komt die universiteit binnen hun bereik. En tot ze zover zijn, kan je alleen maar wachten en ze aanmoedigen en zeggen dat ze het kunnen! Dat klopt ook, iedereen kan het maar op hun eigen manier en in hun eigen tijd. Gevoel, net als liefde, kan je nooit dwingen. Maar het komt wel goed, het komt altijd goed. Ooit. Net als met mijn lieve Aurora, die zo bang was en me beet. In het begin uit angst en later, omdat ze nooit liefde had gehad en niet snapte hoe ze daarop moest reageren of wat daar nou eigenlijk de bedoeling van was. Dus deed ze wat ze wel wist, krabben en bijten. Lief bedoeld maar erg pijnlijk voor mij. Dat moest ik haar echt afleren, zeker na een paar infecties, gelukkig is dat wel gelukt. Al kan ze soms wel een beetje uithalen nog, als ze er geen erg in heeft maar dan schrikt ze wel zelf ook nu.

Ze mist me als ik er niet ben, en dan heeft ze veel last van de twee jongste pestkoppen, dat weet ik. Maar toch wordt ze alsmaar vrijer. Ze is hier nu meer dan drie jaar en de laatste tijd zoekt ze het ook hogerop. Hoog in de krabpaal maar ook, dat is nieuw van de laatste paar weken, bovenop de tafel. Daar wil ze tegenwoordig graag haar ontbijt. Maar het liefst komt ze me, over de rand van de laptop aan zitten staren. Of ze zit ernaast te kijken naar de leraar, van de online lessen, die ze ziet bewegen en wiens stem ze hoort. Als ze maar in mijn buurt kan zijn. En dan smelt ik en weet ik dat ik in elk geval iets goed heb gedaan in mijn leven. En dat is, op zijn minst, zoals zij geworden is, door mijn liefde en toewijding voor haar. Want uiteindelijk, als je het echt goed meent, dan moet dat zijn vruchten afwerpen. Dan maar hopen dat het geen kokosnoten zijn, als je er toevallig net onder loopt…