20. nov, 2019

Drie jaar en 175 dagen zonder Sunshine

Als het goed is heb ik, tegen de tijd dat ik deze blog plaats, mijn toets al achter de rug. Wat een berg leren is me dat geweest zeg, die afgelopen week! Maar echt goed dat ik voor de volgende voortgangstoetsen, zie ze als een tentamen, vrij heb genomen van de stagedagen. Niet te doen! Ik heb ook een lam handje van het schrijven. Waarom weet ik niet maar als ik het opschrijf, dan vergeet ik het niet zo snel. Dat werkt helaas niet zo met typen, waar ik veel sneller in ben maar wat niet hetzelfde effect heet. Jammer hoor! Ik schrijf dit op zondag, ik moet nog een half hoofdstuk leren maar ik merkte dat het echt niet meer lukt. Een klein stukje van me af schrijven dan weer wel. Even mijn hoofd leegmaken tot snoepie tijd voor de cits. Moet kunnen.

Ik maak wel zo kort mogelijke notities want ik heb me toch een lamme hand. Ik ben erachter gekomen dat het voor mij het makkelijkst en snelste werkt in 2 talen. Half Engels en half Nederlands doe ik nu met hier en daar een emoticon. Want ‘lichaam’ is een stuk langer woord dan ‘body’ en meer van dat soort ongein. Als er staat ‘zuurstof’ doe ik O2, dat is hetzelfde maar stukken korter en voor ‘hart’ teken ik een hartje. Ik noem maar wat, het scheelt gewoon best veel als je zo enorm veel moet schrijven en leren. Dus meds is een afkorting van medicijnen maar ook het juiste Engelse woord daarvoor. Gewoon makkelijk. En mij maakt het niet zo uit, ik begrijp mij wel. Iemand anders kan er niks mee, maar dat hoeft ook niet.

Ik heb al vaker gemeld dat ik veel dingen ‘doorkrijg’ maar niet herken of erken als iets. Want dat is niet zo makkelijk, dat onderscheid te moeten maken. Maar nu viel mijn kwartje ook pas erg laat, al kon ik niet ontkennen hoe verbaasd ik toen keek! Terwijl ik zaterdagmiddag met mijn neus in de boeken zit, helaas studieboeken, werd ik gebeld door mijn broer. Een goeie vriend van de familie had een hartinfarct gehad en hij was nu in het ziekenhuis. Jeetje zeg, ik schrok me rot! Ben en ik kletsen nog even wat. Die vriend zou hier op de koffie komen woensdag, na mijn toets. Ik heb hem geappt dat hij voortaan maar gewoon af moet zeggen. Dat deze actie behoorlijk overdreven is als hij geen zin heeft om langs te komen. Ik kreeg nog antwoord ook, al waren het smileys.

Hij bleek ondertussen al gedotterd te zijn en al. Nou zeg, is dat even bizar! Wat nog meer bizar was, was wat ik zag toen ik weer verder wilde studeren. Want wat had ik vlak daarvoor op zitten schrijven? Zie maar op de foto, wat ik even vergroot heb. Ischemische hartklachten: een zwaar drukkend gevoel op de borst >> er gaat té weinig O2 naar het <3 angina pectoris = hartinfarct. Ik zit er even met open mond naar te staren. Mijn studiemateriaal en de werkelijkheid waren even samen gevallen maar door mijn verbazing over de toestand van onze vriend, was het even niet gelijk doorgedrongen bij me. Want ik zat vlak ervoor ook aan hem te denken, omdat ik vond dat ik hem even moest appen om te vragen hoe het met hem ging. Nou ja. En dat was ik allemaal even vergeten door het telefoontje van mijn broer. Het moet niet gekker worden!

De zoveelste keer al, dat ik bewijs krijg dat ze me van alles door lopen te geven maar dat ik het niet door heb. Nee, dat heb ik dan weer wel door nu… Ik kan me toch niet bij alles wat ik schrijf, lees of doe, afvragen of het betekenis heeft? Dus daar doe ik niet aan mee, of het moet duidelijker worden dat ik er iets mee moet doen, of het moet duidelijker worden punt. Maar ik ga me niet gek maken ermee omdat ik niet weet wat ik ermee moet. En zolang ik dat niet weet, doe ik er niets mee. Het blijven alleen van die hele rare soort van confrontaties met de al gegeven boodschap, waarvan ik niet wist dat het een boodschap was. Het is nu al ruim voorbij snoepietijd, ik heb stiekem en wel direct, voordat het eerste toontje van ‘hun’ melodietje kon worden gehoord, de wekker weggedrukt op mijn gsm.

Dat is wel gemeen want ze liggen allemaal braaf in de buurt van de bus met snoep en ik zit hier nog te typen. Gemeen hoor! Maar ik wilde nog even schrijven over de vogeltjes hier. Want die vorige keer, bij het roodborstje, zei PeeT (Paranormaal Therapeute) tegen me, dat het een groet was voor mij. Om me te laten weten dat ik niet alleen ben. Heel lief en ik werd erdoor geroerd. Maar nu, niet zoveel later, werd ik wéér gegroet? Maar nu was het een pimpelmeesje die ik, voor de alliteratie, Peter heb genoemd. Ik moet zeggen, ik word er best goed in. Deze had ik vrij snel en Robin was ik uren mee bezig. Gelukkig maar want ik had nog veel te leren! Ik had geen tijd voor een urenlange vangactie op het balkon. Gillende katten op de achtergrond was dan wel weer grappig.

Nu deed ik, als een routine, eerst de boel in de badkamer in orde maken. Toen pakte ik schoenen en de trapleer. Daarna gekke toeren uithalen om mét de ladder maar zonder katten op het balkon te komen. En dan hopen dat het beestje niet naar binnenvliegt bij die actie. Want dat had gekund en had alles wat breekbaar was geweest hierbinnen, niet heel gebleven. Ik heb Peter even toegesproken, dat ik hem alleen maar wilde helpen en dat hij niet bang moest zijn. Dat hij maar gewoon eventjes naar me toe moest komen, net als bij Willem, het winterkoninkje. Die vloog in ene keer recht in mijn handen. Dit keer had ik dat geluk ook weer niet maar zoveel moeite als bij Robin hoefde ik niet te doen.

Ik had Peter vrij snel bij zijn kladden en pakte hem weer in mijn ene, niet te hard knijpende handje. Zijn hartje bonsde snel maar toen ik met hem sprak, werd het rustig en keek hij me met draaiend kopje aan, met die mooie kraaloogjes. Ja, zo’n beestje is wijs en dat kan je zien, als je die diep in zijn ogen kijkt. Dat voelt voor mij echt zo. Als je de reïncarnatie van dieren een beetje begrijpt, begrijp je ook dat dit wel klopt. In elk geval, ik heb hem rustig naar de badkamer gelopen, na even een kiekje te hebben genomen van hem in mijn hand. En alles was daar al in orde, ik kon zo het raam open doen en hem vrijlaten. Hij vloog kwetterend naar de grote boom en ik hoorde hem daarna nog lang door kwetteren.

Toen de cits weer naar binnen kwamen, omdat ze doorkregen dat ik ze op balkon had gelaten, nadat de fladderaar weg was, was Peter Pimpelmees al veilig en vrij. Ze krijgen vanavond, nu zo meteen dus, wel extra snoepjes. Die ga ik ze zo maar even geven. Dat hebben ze wel verdiend. Mijn hele lijf is stijf van het weinig bewegen. Pijnlijke hand van het schrijven, pijnlijke schouder van weet ik veel wat en pijnlijke kont van het zitten. Maar ja, het moet even. Ik schiet al op. Nog een half hoofdstuk en een hele grote. Die zijn voor de maandag en de dinsdag. Wat ik dan nog niet weet, zal me niet nekken. Gelukkig maar dat ik die notes niet hier maak, digitaal. Want de spellingscontrole zou er helemaal van flippen. Zolang ik er maar niet van flip, vind ik het prima!