5. dec, 2019

Drie jaar en 190 dagen zonder Sunshine

Ik lees de laatste tijd regelmatig stukken en gedichten van Hans Stolp. Een mooi en wijs mens. Door wat en hoe hij schrijft, leert hij me een hoop. En aangezien PeeT (Paranormaal Therapeute) ook al had gezegd tegen mij, dat ik veel inzichten op mijn pad zou krijgen, denk ik dat het daar ook wel mee te maken heeft. Want ik krijg ze volop en van alle kanten, vooral van hem. Je moet er alleen even op letten, want anders heb je het niet eens in de gaten. Maar ik ben er oplettend in, ze ontglippen mij niet zo snel. In een tekst van hem, las ik iets dat me raakte. Het ging over ervaringen en dat die verwerkt moeten worden. Ja, dat weet iedereen wel, volgens mij. Maar hoe doe je dat nou eigenlijk?

Volgens Hans, en ik weet wel zeker dat hij gelijk heeft, houdt dat in dat je net zolang met bepaalde ervaringen bezig moet zijn, totdat je ze kunt aanvaarden en daardoor ook kan loslaten. Het is een vorm van geestelijk verteren eigenlijk. Pas al pijn en teleurstelling is verteerd, kan je loslaten. Dat geldt voor alle ingrijpende gebeurtenissen in ieders leven. Op jonge leeftijd je ouders verliezen, of een scheiding, de dood van een geliefde, een ziekte, een kind dat zijn of haar eigen weg wil gaan en geen contact met jou als ouder wil, dat zijn allemaal ervaringen die verwerkt moeten worden. Niet alleen volgens Hans maar ook volgens mij. Ik ben ervaringsdeskundige op vele fronten, ook in geestelijk verteren. Als je dat niet doet dan blijft het toch in je zitten ergens.

Wij mensen zijn knap in het verdringen van dingen, die we niet leuk vinden. Aan de ene kant is dat goed, want zo zijn de meeste van je herinneringen positief en dat is wel zo prettig. Maar als het bij dingen is die je moet verwerken, dan is dat niet goed. Dat verteert dan niet en blijft in je systeem zitten en daar kan je zelfs ziek van worden. Ik kwam er ook nog niet zo lang geleden achter, dat er in mij nog een heel veel oud zeer zit, dat dus nooit verwerkt is. En dat kwam omdat het door hele andere dingen, opeens allemaal naar de oppervlakte kwam. En net als bij een rottend stuk vlees dat door gassen weer boven komt drijven, schrok ik van de stank die dat met zich mee bracht. Geestelijke stank dan, in dit geval…

En eigenlijk gebeurde ook weer hetzelfde, weer diezelfde pijn, nu van 2 kanten af zelfs, omdat er de pijn van de katalyserende gebeurtenis nog eens bijkwam. . Maar hoeveel pijn dat ook deed, toch was het wel ergens goed voor. Want mijn water werd er al die jaren al door vervuild, om maar in die beeldspraak te blijven. Zolang het erg diep weg was gestopt, merkte je er niet zoveel van . Al had je er wel last van maar had je niet door dat het daar van kwam. Het zat er nog en toen het eenmaal bovenkwam, spoelde het met kracht over me heen. Ik moest het nu toch echt gaan ‘verteren’ of ik nou wilde of niet. En ergens ben ik daar blij om ook. Want anders had ik er ergens verderop toch aan moeten beginnen. Nu ik toch bezig ben met van alles, kan dit er ook nog wel bij. En was ik vroeger zo, dat ik het niet aankon en daarom alles weg heb gestopt, ben ik nu zo dat ik het uit de weg wil hebben. Het moet uit mijn systeem. Ik wil geen vies troebel water meer, omdat ik zelf het lijk niet wilde bergen. Nu ben ik dat nare klusje maar aangegaan. Het blijft anders toch liggen voor je en dan is het vaak nog erger.

Dit zo aan te gaan bracht nog meer verdriet met zich mee, maar ja, dat kan je dan ook maar gelijk gehad hebben. Het is alleen wel zo, dat het verwerken of verteren van je ervaringen, erg veel arbeid van je eist. Ziele arbeid. En dat moet je toch in je eentje doen. Anderen zien helemaal niet dat je zo hard aan het werk bent. Want net als van andere harde labeur, word je hier ook doodmoe van. Het is zelfs vele malen zwaarder dan ons dagelijkse werk. En het is ook nog eens pijnlijk en erg eenzaam, om daar doorheen te gaan. Je kán ervoor vluchten. In je werk, sport, alcohol, drugs. Maar dan leef je niet echt want eigenlijk ben je op de vlucht voor jezelf. En dan verlies je het contact met je eigen innerlijk.

Dit heb ik allemaal van Hans Stolp hoor maar het resoneerde in me. Ik wist het,  ja, zo zit het en daar ga ik nu doorheen! Het bleef behoorlijk hangen blijkbaar. Ik heb dus jarenlang die keuze gemaakt, om het weg te stoppen. Het was toen voor mij teveel pijn om te kunnen verwerken, ik kon dat nog niet aan. Maar ik ben nu ouder, wijzer, gegroeid in draagkracht. Nu kan het wel. Want het heeft me wel altijd in de weg gezeten, als een slecht gevallen maaltijd waar je te lang misselijk van blijft met een opgeblazen gevoel en daardoor het hele gerecht nooit meer wilt eten. Het is wel weg maar het heeft op veel meer effect dan je dacht. En als je door het wegstoppen je eigen innerlijk verliest, dan verlies je ook het echte contact met anderen. Je hebt een muur om je hart gebouwd, om zo de pijn te verbergen. Je bent afgesloten, en dan kunnen ze jou ook niet bereiken. En dat is nooit goed. En toch had ik het zo gedaan. Ik heb niet eens een muur, ik heb een hele vesting. Zelfs geen slotgracht.

Daarom heb ik er nu bewust voor gekozen om het te gaan verwerken. Niet makkelijk want je gaat alles zo’n beetje herbeleven, en nog in mijn eentje ook. Maar ik heb er straks zeker weten plezier van. Weer een goeie les in loslaten en dat loslaten, dat is alleen maar groot voordeel, als je dat goed kan. Ook als mensen gaan sterven, als je bewust naar de dood toewerkt, is dat iets om te verwerken. En juist dan kan je zien, of je dat in je leven al hebt geleerd, verwerken en loslaten. Mijn moeder heeft het daardoor erg zwaar gehad. Ze kon ons, haar kinderen, maar niet loslaten. Toch moest ze dat doen, wilde ze kunnen gaan,  maar daar heeft ze tegen gevochten en het zichzelf onnodig moeilijk gemaakt. Gelukkig lukte het haar wel opeens, het was tijd. Anders kan je het erg zwaar hebben met het stervensproces. Als je kan loslaten, dan is het een stuk makkelijker.

Daarom al mijn gedenk nu, aan het verleden, waar ik het de afgelopen tijd ook over heb gehad, zo af en toe. Dat doe ik niet voor niets. Dan komt er enorm veel boven. Dingen die ik echt totaal vergeten was. Ja, verdringing is een prachtig mechanisme. Het werkt als een trein maar het traineert je wel. Het remt je af en dat heb je niet in de gaten. Ik ben dus op veel manieren hard aan het werk. Ik heb mijn stage, mijn school, mijn studie en mijn ziele arbeid. Dat ik nog niet uitgeput onderaan de trappen lig uitgevloerd tot de buren me naar boven helpen, is mij een raadsel! Maar het lijkt me juist goed te doen. Ja, oké vorige week nog niet maar wat ik al aangaf, opeens had ik het knopje weer gevonden. Maar in plaats van deze pijn weer weg te stoppen, die echt mijn grootste last ooit is, vecht ik me erdoorheen. Ik laat me er niet door kisten. Ik ging er bijna aan onderdoor.

Het is nog niet makkelijk maar ik weet nu dat ik er wel kom. En daar helpen de teksten en gedichten van Hans Stolp enorm bij. Maar als ik mijn boeken en mijn katten niet had, dan had ik dit nooit getrokken. Daar ben ik diep dankbaar voor! Aangezien ze boven alles weten, zijn die dan ook allemaal exact op tijd in mijn leven gekomen. Wat een kracht ik daaruit haal, uit de boeken én de beestjes, dat is met geen pen of geen toetsenbord te beschrijven! Er zijn zoveel dingen om dankbaar voor te zijn. En dat ben ik dan ook. Tel je zegeningen en besef hoeveel dat er wel niet zijn. Dat doe ik dan ook regelmatig en dankbaar ben ik elke dag. Want puntje bij paaltje, hoeveel pijn het ook doet, het leven moet geleefd worden. Dan lukt dat niet, als je alles verdringt. Het is allemaal zo mooi in elkaar gestoken. Ik vind die hele schepping zo schitterend mooi.

Je moet het niet alleen willen zien, nee, je moet het ook kunnen zien, kunnen voelen! Maar als je een beetje je best doet, je focust op dingen die je mooi of leuk vindt, dan komt het zo vanzelf ook weer naar je toe. Lukt het de eerste keren niet? Niet opgeven, oefening baart kunst! Jij bepaalt je pad niet, maar wél hoe je het loopt… Ik kroop bijna, de laatste maanden maar ik heb mezelf opgepakt, ik heb mij eens flink toegesproken en nu loop ik weer. Hoofd trots rechtop, vering in de pas en neuriënd ‘de pa-ha-de-hen op, de la-ha-ne-hen in, vooruit met flinke pas!  Af en toe struikel ik nog wel eens maar ik ben dan ook een kluns, bovendien, dat hoort erbij. En het is opeens een stukje lichter in de donkere dagen…