9. apr, 2020

Drie jaar en 316 dagen zonder Sunshine

Gisteren heb ik me toch gelachen. Misschien wel gemeen een beetje hoor maar om het mee te maken was wel grappig. Ik realiseer me wel, laat ik dat gelijk even duidelijk maken, dat ik het veel makkelijker heb, nu ik beter én immuun ben. Dat geldt voor de meeste mensen niet. Ergens gelukkig maar, al is het toch minder fijn. Dit is een hele rare tegenstrijdigheid, bedenk ik me nu. Een oxymoron maar dan anders. Want je wil geen corona krijgen, daar is iedereen bang voor. Maar aan de andere kant wil je er wel graag immuun voor zijn. Alleen dan graag zonder het te krijgen en tja, laat dat nou niet kunnen. Dus hou me ten goede, ik heb nu makkelijk praten en dat weet ik heus. Voor mij is het ergste gewoon al achter de rug.

Gelukkig ben ik altijd vroeg en zo ook deze woensdagochtend. Ik ging net, half negen was het of zo, op de bank zitten met een mok koffie, toen de bel ging. Huh? Post? Gistermiddag bij Zooplus besteld maar die zijn al jaren niet zo snel meer. Ik door de intercom voorzichtig ‘hallo?’ ‘Breman, ketelonderhoud’, hoor ik krakend aan de andere kant. Ooooh ja! Dat was ik helemaal vergeten. Maar ja, ik ben dan ook best ziek geweest en deze afspraak is weken geleden al gemaakt want toen heb ik nog gebeld om het te verzetten. Ze zouden eerst op een donderdag komen maar ja, dan heb ik stage.

Ik druk de deur open en even later staat er een klein mannetje voor de deur. Hij gaat aan de slag in de keuken, waar mijn ketel hangt en we babbelen wat, netjes afstand houdend uiteraard. Hij schrikt zich wezenloos als ik zeg al besmet te zijn geweest en nu immuun te zijn. Hij springt bijna achteruit. Hij stottert dat het toch zeker niet zeker is of mensen na hun ziekte niet meer besmettelijk zijn. Ik moet erom glimlachen, en zeg dat hij zich dan maar iets beter moet laten voorlichten. Als je ziek bent geweest en je hebt géén verschijnselen meer, dan ben je niet besmettelijk meer.

Volgens mij vertrouwt hij het voor geen meter maar ja, dat is dan toch echt zijn probleem. Ik begrijp het wel hoor, ik lach hem heus niet uit maar ik kan gewoon een grijns niet onderdrukken als ik hem zich in allerlei bochten zie dringen, om maar uit mijn buurt te blijven. Ik besluit hem te helpen en ga helemaal voorin het huis op de bank zitten. Dan kan hij rustig ademhalen. Hij is best lang bezig en hij roept me er even bij om uit te leggen hoe ik het beter kan verwarmen hier in huis want de ketel was nogal vuil en het was lastig om hem schoon te maken omdat hij op een lastige plek hangt.

Tja, kijk, nu staat de verwarming uit, omdat ik de deur open heb. Ik heb Toon van Eneco dus die kan je niet echt uitzetten maar wel op bijvoorbeeld 10 graden zetten. Zo koud wordt het nooit in huis, ik het de thermostaat nog nooit onder de 16 graden gezien hier. Ik moet dus de verwarmingen aan laten staan, of open eigenlijk. En alleen met de thermostaat werken. Ja, dat doe ik altijd al zo. Maar in de winter, moet ik, als ik uit mijn werk kom bijvoorbeeld, de thermostaat heel erg hoog zetten, bijvoorbeeld op 24 of 25 graden. Dan gaat de ketel loeien en als ik voel dat het heet wordt dan uitzetten voor de rest van de avond. Want die warmte blijft wel 6 tot 7 uur hangen volgens hem.

Ik kijk hem verbaasd aan en zeg dat ik het zo én niet doe én niet prettig vind. Ik zet de thermostaat op 20 graden en daar staat hij van ongeveer oktober of zodra het echt koud wordt in huis, tot aan het weer warm is of ik de deur of de ramen open zet. Ik hou van gelijkmatige temperatuur, niet te warm en niet te koud. Ja, maar daar wordt dus de ketel enorm vuil van. Ja, maar ja, dat is niet mijn probleem toch? Ja, dat begrijpt hij wel, maar om de ketel niet meer zo vuil te laten worden, moet ik het toch beter zo doen als hij het zegt. Ik hou er mee op, ik zeg prima hoor, zal ik voortaan doen. NOT! Maar dat laatste woord zeg ik er maar niet bij.

Die ketel is net nieuw, van 2018 of zo, nog maar net 2 jaar oud. Ik had een ketel van vorige eeuw hangen daarvoor en zelfs dat ging redelijk goed. En dat hij het een lastige plek vindt en een lastige ketel om schoon te maken, daar heb ik heel eerlijk gezegd niet zo’n boodschap aan. Zoals ik het doe, dat die ketel juist niet hoeft te loeien, scheelt me enorm veel aan stookkosten ook nog. Ik ga elk jaar lager en dus minder betalen, dus ik doe echt iets wel goed. Heel misschien, als ik dat ding zelf zou moeten schoonmaken, dat ik het dan wel anders zou gaan doen. Maar ik betaal een behoorlijk bedrag aan huur en onderhoudskosten. Daar mogen ze wel iets voor terug doen. En als mijn ketel volgende keer weer zo vuil is, moeten zij hem ondanks dat toch heel gewoon weer schoonmaken. Klaar.

Ik verander helemaal niks maar ik laat hem in die waan, hij heeft het al zo moeilijk hier. Hij pakt een tablet en legt die op mijn kastje neer, of ik even wil tekenen maar alleen met het pennetje. Of ik alsjeblieft NIET het scherm wil aanraken. Oké, prima hoor! Ik teken, terwijl hij flink achteruit stapt. Ik leg netjes het digitale pennetje ernaast neer, en stap een flink stuk achteruit. Ik zie dat hij het pennetje aan het uiterste puntje vastpakt maar dan legt hij het zelf op het beeldscherm. Weer kan ik een glimlach niet onderdrukken. Wat hij doet maakt dus helemaal niks uit. Net als die meneer die ik gisteren in de Lidl zag lopen, met een zelf gefabriceerd mondkapje van dat grove soort katoen, van die grove vezel met dus veel open ruimte ertussen. Dat hellupt niehiet!

Het mannetje zegt dat hij wel een notitie heeft gemaakt voor zijn baas, dat ik besmet ben. Ik zeg nog ‘ja geweest ja’. Hij zegt dat hij vindt dat hij niet meer zou moeten werken eigenlijk want dat hij wel enorm gevaar loopt zo. Hij zegt dat hij vindt dat hij recht heeft op gevarengeld anders. Ik zeg; ‘ja hoor, dat zou ik ook doen, dag meneer!’ en weg is hij. Hij rent zowat de trappen af. Volgens mij gaat hij nu eerst naar huis om te douchen of zo. Echt hoor, ik begrijp het echt wel, maar ik moet er toch om lachen. Ben ik nou gemeen of heb ik teveel humor? Ik hou het maar op het laatste!