20. apr, 2020

Drie jaar en 327 dagen zonder Sunshine

Zoals je van de week al wel weer voor de tachtigste keer las, ik word aardig getest dit leven maar eronder krijgen ze me niet hoor. Je kan 1 ding niet zeggen en dat is dat mijn leven saai is… Ik blijf overal de lol van inzien en ik blijf totaal vertrouwen op mijn gevoel voor humor én op het plan dat al lang gemaakt was voor mijn leven, voordat ik geboren werd. Ik weet echt niet wat ik aan het denken was hoor toen het geschreven werd. Daar heb ik wel eens van die visoenen over. Dat ik daar dan zit met Melchior, de man die zwerft tussen 2 werelden, die me helpt schrijven wat ik wil leren en ervaren en nog goed moet maken op die moeilijke planeet Aarde. Soms zegt hij; ‘dat ook nog?! Weet je het wel zeker? Vind je het niet een beetje teveel van het goede?’

Lachend antwoord ik hem dan; ‘welnee, dat kan toch zo’n kwaad niet? Dan heb ik dat ook maar vast goed gemaakt. Oh oh oh, weet je wat? Gooi dat ene er toch ook nog maar tussen, dat kan dan mooi gecombineerd worden. Ik zie hem zijn ene wenkbrauw optrekken en me met een beetje cynisch gezicht naar me kijken, voor hij weer verder gaat met schrijven. Met zo’n prachtige grote veer, maar zonder inkt want dat ding dat schrijft gewoon. Het boek is enorm! Groot en dik en vol tabbladen en ezelsoren in het behoorlijk dikke stuk, dat voor het deel komt waar hij nu zit te schrijven. Het deel erna is onbeschreven en oneindig want als het nodig is, komt er gewoon weer een bladzijde tevoorschijn. Tabula rasa, nog een onbeschreven blad. Ik ben tussen ergens en nergens met hem, soort van zwevend maar niet zwevend, tussen de sterren in het Universum. Ik kan er gewoon lopen alsof ik grond onder mijn voeten heb. 

Heel in de verte kan ik de aarde zien liggen. Ik kijk er eens naar, ja hoor, dat kan ik allemaal toch zeker wel! En zo lang duurt het nou ook weer niet, maar 85 aardse jaren. Dat is zo voorbij! En als ik daar zo over zit te mijmeren, roep ik; oh ja en doe dat gedoe over dat ene er dan ook nog maar bij. Wat zeg je? Nee, daar hoeft toch geen adempauze tussen? Zo zwaar is dat allemaal nou toch ook weer niet? Wel nee joh, daar kom ik wel uit hoor, eens ik er middenin zit.’ Hoofdschuddend zit Melchior verder te schrijven, de punt van zijn donkerblauwe hoge punthoed met gouden halve manen en sterren, wiebelt op zijn hoofd mee. Het puntje dat hangt door de knik in het bovenste deel zwengelt erachter aan. Huppelend ga ik een stukje meer richting aarde, eens kijken hoe dat eruit ziet van dichterbij.

Zo zit ik dan soms te dagdromen en dan droom ik dat ik mezelf kan zien zitten, huilend en mijn gebalde vuist zwaaiend naar dat deel van mij, die dit hele rare en heftige en volop heftige dingen zittende leven aan het bekokstoven is, en niet aards denkt maar kosmisch. Zo denk je niet hoor, op aarde. Hier voel je niet dat je Goddelijk bent. Dan snap je dit gewoon niet, dan heb je hele andere ervaringen. Stomme griet! Op zijn aller aller allerminst had ik wel graag even af en toe een adempauze gehad hoor! Moest ik hier nog eens terugkomen, dan zal ik altijd dit leven als maatstaf houden. En dan doe ik toch echt wel even ietsje aardiger voor mezelf. Want dit is af en toe gewoon niet te doen hoor. En ik denk ook niet dat ik dat voornemen ooit zal vergeten. En wat dat terugkomen betreft, niet dat ik daar ook maar iets over heb in te brengen maar eh, als ik niet moet, dan blijf ik liever ‘thuis’, zal ik maar zeggen.

Veel te moeilijk hier. Jozef Rulof leert ons in zijn boeken, dat er geen rassen bestaan voor de Kosmos. We zijn allemaal mens, we zijn allemaal broers en zussen en we zijn allemaal van die Oerbron afkomstig. De huidskleuren en dat soort dingen, heeft alleen maar te maken met waar je geboren wordt in dat ene leven. Volgende keer ben je Chinees, de keer erna Duitser of Duitse natuurlijk, ook dat wisselt af dat man en vrouw zijn. Of Eskimo of Keniaan, het maakt allemaal niet uit want er is maar 1 ras, en dat is het menselijke ras. Maar wat er wel is, is verschil in afstemming. De ene is nog op het duister afgestemd, en weer eentje op het schemer en de volgende is op het licht afgestemd.

Boven woon je met alleen gelijkgestemden bij elkaar. Jij kan wel de groepen onder je zien, maar niet de groepen boven je. Wel kunnen mensen uit de groepen boven je, zich aan je tonen, als ze daar zin in hebben. Maar waar je ook zit, je kan erop rekenen dat ze van binnen precies zo in elkaar steken als jij. Dus heb jij nog de behoefte om bij anderen te stelen, dan zit je tussen anderen die dat ook hebben. Dan kan je beter op je waardevolle dingen passen! Maar daar heb je daar niet veel aan, al lopen ze wel rond hoor, met sierraden en weet ik het allemaal. Wat er veel waard is, is wat er bij je van binnen zit. Want het licht komt daar namelijk niet, zoals hier, van een bron zoals onze zon, van buitenaf. Nee, het licht zit daar in jou van binnen.

En zit dat niet meer in je, dan hoef je daar waar jij woont, je geen zorgen te maken, want dan zit dat ook niet meer in de rest. Daar krijgt het spreekwoord, soort zoekt soort, veel meer kracht want daar is het niet anders. Dat maakt het hier op aarde ook zo moeilijk. Zit je daar met je goeie gedrag, iemand te vertrouwen, en dan roven ze je bankrekening leeg. En ze zagen er zo netjes uit en ze waren zo aardig. Dat is dus gelijk de reden ook waarom je erin trapt. Hier kunnen die ‘levensgraden’ zoals de Kosmos ons ziet, we zijn levensgraden voor Wayti, voor God, maar hier kunnen ze een masker opzetten. De grootste seriemoordenaar, is de ideale schoonzoon geweest en niemand die het kon zien.

Boven kan je dat niet meer. Wat je ziet is wat je krijgt. Mensen die kwaad spreken over anderen, die hebben hele mismaakte monden bijvoorbeeld. Je ziet direct wat hun slechte trek is, en als ze er meerdere hebben, dan zie je dat ook. Als je steelt heb je mismaakte klauwen, ja klauwen, geen handen. Maar een geest uit het licht, die straalt aan alle kanten, want dat licht dat zit van binnen en die heeft de prachtigste kleuren in zijn aura en zijn kleding. En die kleuren zijn uniek en betekenen van alles wat je in al je levens ervoor hebt meegemaakt. Net als jij zijn die kleuren uniek. Daar weet ik het fijne nog niet van maar dat zal nog wel een keertje gaan veranderen.

Dus blijf ik liever daar, dan dat ik weer terug moet en weer tussen van alles en nog wat terecht kom. En niet dat ik die mensen niet moet, want iedereen is mijn broer of zus. Ik hou van hun zielen maar van sommige van hun persoonlijkheden hoef ik niet te houden. Daar mag ik afstand van nemen. Dat heb ik al vele malen gedaan in dit leven. Als ik wel terug moet, dan zal ik mezelf wat aardiger behandelen dan ik nu heb gedaan. Dan mag ik wel wat adempauzes en wat geluk zo af en toe. Dat zal ik dan zeker in het boek schrijven, mijn boek des levens.  Uit mijn ooghoek zie ik nu in gedachte alweer die opgetrokken wenkbrauw van Melchior. Volgens mij grijnst hij er ook een beetje bij. Hm. We zullen nog wel eens zien, of niet?