6. mei, 2020

Drie jaar en 343 dagen zonder Sunshine

Vorige week heb ik het toch een beetje benauwd gehad, ik was namelijk totaal vergeten om medicatie te bestellen. Mijn allergie pillen en de Montelukast pillen, (dat zijn leukotriëenantagonisten by the way, (ff mijn opleiding eruit gooien) had ik nog wel, maar mijn pufjes vergeet ik vaker en dus heb ik die minder vaak nodig. Al zijn ze uiteindelijk toch echt een keertje op, zoals nu opeens. Vergat ik de volgende ochtend ook nog eens de dokter te bellen, voor een herhaalrecept. De volgende dag dan maar en het ging wel hoor, het andere pufje had ik nog wel. En dat is Foster, en die bewaren ze in de apotheek in de koelkast. En als ik die erbij heb, dan zetten ze het niet in de automaal. Dus ik was wel benieuwd hoe dat nu dan zou gaan.

Vorige week kreeg ik dus een dag na ik gebeld had, een mailtje van de apotheek. Er stond in dat mijn medicijnen klaar stonden in de apotheek. Tegelijkertijd werd er in de mail melding gemaakt dat je er niet in mocht. Eh… Oké maar hoe kom ik dan aan mijn medicijnen? Ik heb het telefoonnummer maar even opgezocht, ik bellen. Ik zeg zo wat er in de mail staat. Ja, zegt ze, maar er zitten medicijnen bij in de koeling. Ja, dat weet ik, dus hoe gaan we dat doen dan als ik er niet in mag? Bezorgen kan, maar ja, ik woon om de hoek en dan met je maar weer af gaan zitten wachten. Ik zeg, gooi maar in die automaat en stuur de ophaalcode maar, dan kom ik er gelijk aan. Drie stappen en twee keer struikelen en ik sta bij de hele grote huisartsenpost, met fysiotherapie, psychologen, huisartsen én een grote apotheek.

Dan kan ik gelijk mijn vuilnis in de container kiepen beneden én even nasi groenten halen bij de Lidl want mijn kip is al zijn 2e dag in de marinade ingegaan. Gisteren was het opeens heel laat. Ik had geen zin om eerst nog naar de winkel te gaan en daarna nog te gaan koken, zo rond een uur of zeven in de avond. Dat wordt zelfs voor mij te laat. Ik eet het liefst vroeg omdat de cits al om 8 uur hun snoepjes krijgen en al ruim van te voren irritant laten merken dat het bijna snoepie tijd is. Dan heb ik nog heel even rust want geloof me, het zijn drammers hoor.

Nog geen kwartier later kreeg ik een sms, met code. Zo kon ik met vuilniszak en al naar beneden, altijd zwaar met de inhoud van een vuile kattenbak erin. Dat is hier meestal zo want ik hou niet van vieze luchtjes in huis dus de bakken worden vaak verschoond. Met mijn code heb ik mijn medicatie uit de muur getrokken, net als vroeger de kroketjes bij van der Helm. Door naar de Lidl en weer met boodschappen en medicijnen terug naar huis. Eindelijk weer mijn spiriva in huis. Dat is een luchtwegverwijder en mijn allergie voor mijn harige lieverdjes zorgt ervoor dat ik die echt nodig heb. Ik vergeet hem vaak genoeg maar dan voel ik het echt. De Foster, ander pufje, kan ik beter missen.

Ach ja, ik ben al blij dat ik nu medicijnen heb. Aangezien ik achterlijk hard voor mezelf ben, heb ik het jarenlang benauwd gehad en heb ik jarenlang heel erg gehoest. Vooral ’s nachts. Ik dacht dat dit van het roken kwam, wat ik toen nog deed. Maar dat bleek helemaal niet zo te zijn. Uiteindelijk kwam ik na de Mexicaanse griep, die me ook al te pakken had, bij de longarts terecht. Foto’s wezen uit dat mijn longen brandschoon waren. Iets waar ik zelf ook versteld van stond, ik rookte toen al zo’n 45 jaar en flink ook. Ook zij snapte er niets van maar ja, het was toch echt zo. En ik kreeg medicijnen, andere dan nu hoor. Binnen de kortste keren hoestte ik niet meer en piepte ik niet meer.

Ik bleek dus gigantisch allergisch te zijn voor katten. Dat kwam er pas uit na Caspers overgaan. Sammy verzorgde zich niet meer zo goed, van verdriet en ik kreeg het zo benauwd. Jeukende ogen ook en alle ellende van zo’n zware allergie. Inclusief het hoesten, niezen en kuchen, dag en nacht. Wat een intense opluchting zeg, na jaren zo benauwd te zijn geweest. Het was dus niet in mijn domme blonde hoofd opgekomen om ervoor naar de dokter te gaan. Precies de reden waarom ik, als een grote uitzondering, zo’n 3 jaar met een burn-out heb doorgewerkt. Ik accepteer het ongemak en pas mezelf er direct op aan. Ik ken nog zo’n rare griet, maar ik zal geen namen noemen hoor Miranda.

Ik zal er volgende keer beter op letten, dat mijn medicijnen niet op zijn voor ik ze besteld heb. Dat is een heel klein beetje dom. Ach, ik heb wel meer van die dingen. Ik zou eens wat meer om hulp moeten vragen. Ik vertelde ook altijd een verhaal over geholpen worden en zelf ben ik gelukkig niet zo erg als die persoon in het verhaaltje. Het gaat dan ook meer, dat je wel moet kunnen zien dat je hulp krijgt. Want sommige mensen zien dat niet, of ze zien het juist als een aanval op hun persoonlijkheid, of meer van dat soort rare dingen. Soms komt hulp namelijk op een totaal andere manier, dan je zou verwachten. En daar moet je dan ook wel voor open staan, anders gaat het alsnog mis. 

Dit verhaaltje vertelde mijn oma geloof ik, of mijn moeder. Ik denk mijn oma, al was die niet zo kerks, maar wel meer van een verhalenverteller dan mijn moeder. En het gaat niet om de kerk of geloven, het gaat om de moraal die erachter zit. In elk geval, het is me altijd bijgebleven. En het sloeg toen ook een beetje op de watersnoodramp in 1953 in de provincie Zeeland. Toen waren er echt zoveel mensen die het niet overleefd hadden. En toen was er een man, die aan de hemelpoort kwam en heel erg boos was op God. En die wenste hij wel even te spreken want het kon vast zijn tijd niet zijn. Hij was uiteindelijk verdronken in die watersnoodramp en dat vond hij niet kunnen. Hij had toch volledig erop vertrouwd dat God hem zou komen redden zeker?! Waar was die grote Machtige hand van God nou gebleven, die hem zo uit het rampgebied zou tillen?!  Hij ging toch altijd naar de kerk?  Dat hoort dan toch juist beloond te worden?!

God zei tegen de man; ‘Maar ik heb je juist wel willen helpen! Keer op keer op keer heb ik je willen helpen. Maar je leek het niet te willen zien.’ De man kijkt erg verbaasd, en zegt; Ja, maar als dat zo was, dan had ik toch nog gewoon geleefd?’ God zegt, ‘kijk, als ik je ga helpen, dan kan dat op vele manieren. Het is dan wél nodig, om te luisteren, te zien wat ik je aanreik of te doen wat ik dan van je vraag. Anders werkt het niet.’ De man denkt eens na. Na een tijdje zegt hij, oké, dat begrijp ik, maar volgens mij had ik dan toch nog moeten leven, als u mij het leven had willen redden?’ Hij hoort een hele diepe zucht van de andere kant. God wordt kennelijk ook wel eens ongeduldig. Niet gek met al die eigenwijze mensen, al is dit maar een verhaaltje hè, geen waarheid,

God ging de man uitleggen wat hij allemaal voor hem gedaan had. Hij zegt de man;  ‘Eerst stuurde ik je de weersberichten, dat er een enorme storm zou komen, maar daar luisterde je niet naar. Daarna stuurde ik je de meldingen via de brandweer en politie, dat iedereen geëvacueerd zou worden. Maar jij bleef eigenwijs in je huis zitten!’ ‘Ja’, zegt de man, ‘omdat ik zat te wachten tot u me zou komen redden, maar u kwam niet. Zelfs niet toen het water mijn huis instroomde, en ik naar de 2e verdieping moest klimmen, kwam u niet. En u kwam ook niet toen ik op het dak zat maar het water al zelfs tot daar begon te komen!’

God antwoordt hem weer; ‘Toen jij daar op het dak zat, stuurde ik redders in een bootje, maar daar wilde je niet in. En toen je op het nokje van het dak zat, stuurde ik je nog een helikopter. Tegen alle mensen zei je steeds maar, nee nee, God komt me redden, maar ik was het nieuwsbericht, ik was de politie én de brandweer die je wilden evacueren, ik was het bootje en ik was de helikopter maar jij zag het niet. Jij had een ander soort redding in jouw hoofd maar ik had een andere. Toen je lang genoeg in het water lag, ging je over naar hier inderdaad. Want het was aan jou wat je met mijn zo royaal aangeboden hulp zou doen.

En blijkbaar wilde je mijn hulp niet echt, of je wilde het niet zien als hulp. En ja, toen moest ik je laten verdrinken, je luisterde niet en zag niet de uitgestoken handen die al die dingen die ik al gedaan had, waren. Het was allemaal mijn uitgestoken hand in verschillende vormen.’ En de man, die vond zichzelf nu wel heel erg dom, dat hij dat niet gezien had. God had hem wel tientallen keren willen helpen, hij had het alleen niet kunnen of willen zien. Tja, en dan houdt het op hè, als je zelf niet door hebt dat iemand je wil helpen. Dit verhaal is me wel altijd bijgebleven! Sommige mensen zijn echt niet te helpen, hoe graag je het ook wilt. En dan kan je maar 1 ding doen, loslaten en ze het zelf maar laten ondervinden. Dat is ook een goeie les!