13. mei, 2020

Drie jaar en 350 dagen zonder Sunshine

Gisteren had ik alweer zoveel geschreven, en ik vergat eigenlijk nog het allermooiste te vertellen! Echt hoor! Want er gebeurde nog iets dat bijna net zo’n, of eigenlijk nog groter raadsel was dan de natte theedoeken. Ik liep heen en weer te zitten te lopen te wezen, dat is Rotterdams, en ik had eigenlijk al een tijdje trek in koffie. En elke keer pakte ik weer iets anders vast om op te ruimen of weg te zetten. Ik kreeg echt een droge mond en terwijl ik me omdraaide om nu toch echt naar de keuken te gaan en koffie te nemen, hoorde ik iets achter me vallen. Het klonk als kraaltjes die op de vloer vielen, nog even stuiteren en dan stil liggen. Aangezien er geen kat in de buurt was, en al mijn kraaltjes veilig in potjes of doosjes zitten, draaide ik me dan ook verbaasd om.

Ik keek en zag 2 kleine witte dingetjes op de grond liggen. Hee, dat lijken wel zoetjes! Nou ja, dat is ook raar! Mijn zoetjes zitten in zo’n uitdruk potje, gewoon vanuit de winkel en nergens los. Al helemaal niet in de kamer! Wat kon het dan wel zijn? Ik zag ietsje verder er nog twee liggen! Ook die pakte ik op. Nu had ik vier zoetjes in mijn handen, en ik drink er in die mok ook altijd vier. Is dit even gek zeg! Ik wist nou niet echt wat ik ervan moest denken. Maar hoe ik ook keek, of probeerde een oorzaak te vinden, hoe raar ook, maar iets dat het op zijn minst een beetje zou kunnen verklaren, ik kon niets vinden. Dus weer zo’n raadsel erbij! De zoetjes had ik al apart gehouden, eerst gecheckt of ze er zo uitzagen als mijn eigen zoetjes, ja dat wel. Maar ongeacht, toch weer erg bijzonder, ik heb ze ondertussen in mijn agenda geplakt! Want ze zijn van mijn opa! Hoe ik dat weet?

Ik ging toch echt die koffie eerst maar pakken. Het heeft me de hele dag nog bezig gehouden en ik bleef maar steeds opnieuw even kijken of ze ergens vandaan konden zijn gekomen, daar op die plek waar het gebeurde. Nog steeds vond ik niets. In de avond, kreeg ik het op mijn heupen ervan. Ik stuurde PeeT een berichtje, en vertelde haar het hele verhaal. Ik weet ook, soms kan ze wel antwoord geven maar mag het niet, of ze kan gewoon geen antwoord geven, hoe het gaat, je weet het nooit van te voren. Ze wist al wel, zoetjes kunnen inderdaad een groet zijn, vanachter de sluier. Mijn moeder was het niet, voelde ze direct. Maar dat idee had ik zelf ook niet. ‘Het is iemand die heel erg van een geintje houdt’, zegt ze tegen me.

Nou, dat kan er dan maar eentje zijn, mijn opa! Ze zag de humor namelijk zo uit de ogen stralen, nog meer dan wat ze voor de rest zag, zeg maar. Hij groet me om me te laten weten dat hij me steunt vandaar uit, en dat hij trots op me is, want dat zag ze er ook bij. Ja en toen ze dus vroeg over dat geintjes maken, kwam me er toch weer veel naar boven. Ook dat ik zo ongelofelijk veel van hem hou, nog altijd. Ook al is hij er meer dan 37 jaar niet, dat doet er geen grammetje vanaf. Verdriet heb ik niet om hem, hij zit goed. Dat is net als met ma, als je al verdriet hebt, dan is het je eigen egoïstische gevoel. Maar dat is ook niet erg, niks menselijks is ons vreemd toch? Wat apart weer, om me dan maar even 4 zoetjes naar mijn hoofd te gooien. Al is dat ook wel weer logisch, want als het er eentje was geweest, dan had ik gedacht, dat die ergens aan mij vast had geplakt of zo. Maar vier, die los van elkaar vielen? Nee, dat kon niet zomaar gebeuren. Slimme opa, die kent me als de achterkant van zijn hand!

Dat liedje van het kinderprogramma uit mijn jeugd, ‘ja zuster, nee zuster’, dat zong ik altijd uit volle borst en totaal gemeend. Want mijn opa, mijn opa, mijn opa, op heel de wereld is er niemand zoals hij! Niemand zo aardig als hij! In heel Europa, mijn ouwe opa! Niemand zo aardig als HIJ! En in mijn geval, klopte dat nog ook. Mijn opa hield van al zijn kinderen en al zijn kleinkinderen. Ik ken eigenlijk geen lievere ziel dan hij. Maar met mij was hij wel heel erg  close, gewoon omdat ik al voor ik geboren werd, in hetzelfde huis woonde en altijd ook bij hen was. Ik was de 1e kleindochter ook, ik heb maar 1 neefje dat ouder is. Aad, maar die noemde ik altijd Atie . Ik wilde altijd met hem dansen, tisten noemde ik twisten toen ik 2 was. Hij probeerde me altijd te ontlopen! Waarom?!

Mijn opa is er eentje van 11 kinderen, en we hadden toen ik klein was dan ook altijd erg grote feesten. Dan traden er familieleden op, deden toneelstukjes en maakten liedjes of dansjes. Er werd altijd een hele grote zaal gehuurd, bij de EHBO, Eerst Hulp Bij Ongelukken. Mijn opa was daar ere-lid en als er iemand in de buurt iets had, of gewond raakte, dan zat er bij opa en oma zo’n groot EHBO bord op de deur en werd opa erbij gehaald. Ze zullen wel korting gekregen hebben natuurlijk. Opa zag altijd al heel lang uit naar zulke feesten! Want opa zorgde er wel voor, dat zo’n feest in elk geval niet zonder geintjes zo verlopen.

Hij zorgde voor suikerklontjes waar beestjes uitkwamen. Ik was daarnet de naam kwijt maar die weet ik nu weer, hij nam namelijk ook ijswater mee. Wat dat precies was weet ik nog steeds niet maar het kon geen kwaad op kleding en hij gooide het dan bij iemand op de zitting van de (houten of plastic) stoel, en als die dan ging zitten, dan had je eerst niks in de gaten want echt nat voelde het blijkbaar ook niet. Maar even later werden je billen van gloeiend heet tot ijs en ijskoud! Oh en dan had opa een lol! Niet te doen. Iedereen was altijd op zijn hoede maar opa lag net zolang op de loer tot hij toch nog de gelegenheid kreeg.

Hij kon ook altijd zo lachen om grappen met poepies, scheetjes of drolletjes! Ik weet nog, ik was een jaar of 9 of 10, dat we samen naar de stad gingen, en we stonden in de tram. In die volle tram liet opa een vrij hoorbare scheet en tegelijkertijd keek hij mij quasi boos aan en zei dan hard “Ria! Zo ben je toch niet opgevoed!” Oh ik voelde me zo door de grond zakken en wat was ik boos op hem. Volgens mij heb ik daar nog steeds een beetje trauma van, want een scheet laten waar iemand bij is, en we weten allemaal dat we dat allemaal ook moeten van tijd tot tijd, dat vind ik nog steeds vreselijk. Opa lag dan zowat dubbel van het lachen! Ik kon hem wel wat toen. Nu kan ik er net zo hard om lachen.

Ik mocht altijd alles van opa, ik kreeg altijd alles van opa. En ik was 3,5 of zo, en ik kreeg toen niet de step bij de speelgoedwinkel van opa. Boos dat ik was, want van opa was ik dat niet gewend. Ik ben zo op de step gestapt en hard weggereden naar huis. Opa kon niet anders dan de step afrekenen. Hoe ik op mijn kop heb gehad, dát weet ik niet meer. Alleen dit verhaal heb ik zo vaak gehoord, dát weet ik nog wel. En opa, die altijd continudiensten werkte, lag lekker op de bank te slapen. Opa kon zelfs staand slapen, dat weet ik nog wel. Ik moet toen zo’n 2 jaar oud zijn geweest. En opa was met zijn bril op in slaap gevallen.

Op tafel stond een schaal met nepfruit, dat toen nog van steen was. Ik pakte een peer en gaf opa een kleun ermee op zijn ene brillenglas. Zo opa, heb jij peer, zei ik nog of zoiets. En opa schoot overeind van de schrik, met een grote ster in zijn bril. Mijn moeder vertelde dat altijd lachend en zei er dan bij dat het de enige keer was geweest, dat opa echt boos op mij was. Heel even, voor 2 minuten. Ah mijn opa, wat ben ik toch gezegend, dat ik zo’n opa heb gehad. Eentje die de wereld voor je zou inpakken, als je die mocht willen hebben. Eentje die zo onvoorwaardelijk van je hield, dat alleen het zien van hem, maakte dat je je gelijk veilig en geliefd voelde. Ik hou nog evenveel van hem als toen en dat zal ook altijd zo blijven! Onvoorwaardelijk!