Het reilen en zeilen in het leven van 5 katten en hun personeelslid

30. sep, 2020

Vorige week had ik het even zwaar. Eerst op dinsdag kreeg ik een mail, dat ik een huis moest gaan bezichtigen. In Overschie nog wel, de wijk waar ik zo graag had willen wonen, toen ik pas terug kwam in Nederland. Daar was bijna geen huis te krijgen toen, en nu trouwens ook nog niet hoor. Al loopt de buurt wel een beetje achteruit, daar zijn ze wel mee aan het werk. Ik denk dat het ook komt, door de Rotterdamse Rijweg, die toch wel erg dure en grote huizen heeft, op sommige stukken en ik denk dat die mensen hun huizen niet als een gek in waarde willen zien zakken. Daarom wordt er veel gesloopt en nieuw gebouwd of gerenoveerd.

Twee jaar geleden was mijn broer er ook al mee aan de beurt, die anders vlakbij had gewoond als ik daar ga wonen. Helaas, ook waar hij woonde, werden de woningen gesloopt. Zijn blok staat er nu nog en ze verhuren het tijdelijk voor heel goedkoop aan studenten tot het echt onder de sloophamer komt. Dat gaan ze hier ook doen en dat is minder, want ik had verwacht wat grote dingen achter te kunnen laten als ik zou gaan verhuizen. Aan Woonstad zelf had ik doorgegeven, niet eerder dan na november want dan ben ik, als het goed is, klaar met de opleiding. Ik schreef daarom een mail terug, waarin ik dit nog even aanhaalde. Ik zei alleen de bezichtiging niet af, want ik was sowieso nieuwsgierig naar die woningen daar.

Het grappige is, dat deze huizen vrij nieuw zijn. Ze zijn in 2011 gebouwd en toen fietste ik daar regelmatig langs, onderweg naar de zaak, als ik bij mijn moeder of mijn dochter was geweest. En dan zag ik ze bouwen, en ik zag echt van die enorme ramen, daar hou ik van. Dan dacht ik altijd, nou, daar zou ik nou wel willen wonen. Niet alleen voor al die ramen, maar ook omdat je uitzicht hebt dan, op het water, en de brug. Dat is lekker om naar te kijken, vind ik toch. Maar ja, ik kwam Overschie niet in en ik woonde toen wel lekker hier hoor. Toch, ik bleef het altijd jammer vinden. En mijn moeder zei vaak genoeg, waarom woon je nou niet hier!

Dus ik donderdag wat voor school zitten maken, en ondertussen op de klok kijken, want om 13u30, tuurlijk, had ik de afspraak. Dan kon ik daarna gelijk lekker in Overschie mijn boodschappen halen. Om iets na enen word ik gebeld. De mevrouw van Woonstad, ja sorry ze was zo laat want ze had in de file gestaan en of ik alweer naar huis was. Ehm, nou, ik heb om 13u30 een afspraak staan. ‘Hè verdorie’ zegt ze, ‘dan hebben ze het toch nog verkeerd gedaan’. Ik vraag of ze wil dat ik nu direct kom, want ik ben er met 5 minuten. Dat vond ze wel fijn ja. Ik dus karren naar Overschie. Genoeg parkeerplek daar en wel gratis ook. Niet zoals hier dat je ervoor moet betalen.

Ik ben nog nooit bij die flats binnen geweest, dus ik moet even speuren om te zien, waar en hoe ik naar binnen moet. Ik toets het huisnummer in maar er gebeurt niks. Ondertussen gaat er een mevrouw weg en zo piep ik naar binnen. Verderop zie ik een trap, want in het midden van de 2 flats is een heel groot atrium, helemaal afgedekt met glas, met mooie bomen en bloemenperken. Bij die trap zie ik ook weer deurbellen en ik besef nu, dat ik dat nummer moest intikken én ook op de belicoon drukken. Die had ik daarnet niet gezien. Ja hoor, nu hoor ik ook de bel gaan. Via de intercom meld ik mezelf aan. Er is een lift ook, maar ik pak de vrij brede trap naar de 1e verdieping.

Even zoeken waar ik moet zijn en ik bel aan. De mevrouw van Woonstad doet open. Mijn hemel, wat een mooi huis! Ze laat me alles zien en babbelt ondertussen volop. Ik ben er bijna even stil van. Maar ik voel een knoop ik mijn maag komen. Oh wat zou ik graag dat huis willen hebben! Ik vraag of er boven niet wat woningen vrij komen, want die hebben wel een balkon. Ja, maar dat is of koop of vrije sector en dat kan ik niet betalen. En bovendien, die zijn ook direct weg altijd, want veel mensen willen hier wonen. En dat vind ik niet gek. Ze vertelt dat het plots vrijkwam, en ik aan het beeld voldoe, dat bij deze woning past. En omdat het zo mooi, schoon en groot is, wilde ze het me toch laten zien, ook al wist ze, dat ik pas na november had willen gaan verhuizen. Dit was echt een buitenkansje. Wil ik het niet, prima, dan staan er al een paar te springen.

Omdat ik hier al zo lang woon, en dus bij dat beeld past, ben ik de 1e keus van Woonstad zelf. Ik ben totaal in tweestrijd, en dat begrijpt ze. ‘Film het maar even’, dan kan je het aan iemand laten zien straks’, zegt ze. Dat is een goed idee en dat doe ik. Als ik film springt zij steeds opzij, zodat ze niet in beeld komt. Maar omdat ik zo ongecontroleerd in de rondte slinger met de camera, is dat af en toe behoorlijk lachen. In de woonkamer is een Frans balkon, zoals ze dat noemen. Het is een enorme glaswand, die de hele muur beslaat. En die kan zo voor 2/3 openschuiven. Als je daar je bank zet en het staat open, dan zit je eigenlijk maar dan heel comfortabel, op het balkon in je huiskamer.

In de 2 slaapkamers, 1 groot en 1 wat kleiner, zitten ook van die enorm ramen. Er is een hele grote kast waar de verwarmingsketel hangt en je wasmachine aansluitingen en afvoer zit. Die kan ik vol met planken hangen, strijkplank en ijzer erbij en hup, de laundryroom. Er flitst zoveel door mijn hoofd, dat ik er duizelig van word. Ik kán het natuurlijk een paradijsje maken voor ze, binnen. Met van die laddertjes en mandjes aan de muur, van de vloer tot het plafond. Die enorm krabpaal kan prachtig in de hal staan. Voor het raam. Nu zien ze bij mij niets, want er staat een grote boom voor het raam. Alleen als het raam open is, bij echte hitte, dan kunnen ze wat zien beneden.

Hier aan de galerij en atrium kant, lopen steeds mensen. En aan de voorkant, aan het water van de Schie, zie je boten en de Spaanse brug open en dicht gaan. Maar het is ook heel groen en daar lopen veel dieren en laten mensen hun honden uit. Ook fietsers op het naast het water gelegen fietspad, komen vaak voorbij. Kortom, die zullen hun ogen uitkijken. Maar ja, stel nou dat ik straks zo’n groot huis kan krijgen mét balkon. Ik hoor haar een beetje uit, maar ja, ze hebben heus wel eens huizen met een tuintje of met een balkon. Niet vaak en ook niet vaak in de sociale huursector. Maar dan wel of heel erg klein, of in een slechte buurt of beiden. Dit had ik van mijn broer ook al gehoord. Want die is dus van ellende een huis gaan kopen, die woont nu in Schiedam.

Stel dat ik nee zeg, en nog een paar krotten krijg aangeboden. Ik kan maar 3 x nee zeggen, want dan stoppen ze met hun hulp. Maar ik heb allang gezien, dat ik het op eigen houtje niet snel genoeg voor elkaar zal krijgen. Niet bij een ‘normaal’ huis, wel bij krotten. En ik moet er voor december volgend jaar, dus 2021, uit zijn. Heb ik dan geen woning, dan met ik de straat op. En dat vind ik toch ook een schrikbeeld. Ik ga weg, haal totaal met mijn hoofd er niet bij, mijn boodschappen en ga naar huis. Ik bel mijn broer, en die vindt het een geweldig huis. Voor de katten kan ik het toch wel mooi genoeg maken, vindt hij.

Ja, dat weet ik wel, maar toch, ik had zo verwacht een tuin te krijgen. Dat dit toch even een soort van slikken is. Er kan in die badkamer een jacuzzi voor 6 personen in, grapt mijn broer, ja die was echt groot. Bedoeld ook om, indien nodig, met een rolstoel te kunnen rondrijden. Ik hang op en ik blijf maar malen. Niet gek dat ik de hele nacht wakker lig natuurlijk. Ik vertel morgen verder!

30. sep, 2020

Vrede en rust zit vol kracht...

29. sep, 2020

Het gaat dus redelijk lekker in Casa el Catos Locos. Op zich al knap maar ja, wat ik al zei, ook al kom ik nog voor een paar grote uitdagingen te staan, alles zal alleen maar positief verlopen. Daarom rekende ik erop dat het met Sunshine ook wel goed zou komen. Het is wel zo, ook al is je vertrouwen nog zo groot daarin, het toch zwaar of enerverend kan zijn om door die tijden heen te moeten. We komen er wel, waar we zijn moeten, ongeacht wat. Smooth sailing, zouden er echt mensen zijn die hun hele leven hier op aarde, alleen maar leuke dingen meemaken en die nooit pijn of wat dan ook hebben ervaren? Ik kan het me niet voorstellen.

Maar mijn portie ellende is achter de rug. Met Sun en de anderen, zal het ook helemaal goedkomen. Na zijn vlucht naar de grote boze, wijde wereld, zat ik eerst met een getraumatiseerde Moonlight; is goed gekomen. Daarna kwam er een balletje doodsangst onder mijn bank liggen, die ’s nachts probeerde door de ramen te springen, omdat ze die niet kenden. Ze had nooit eerder in een huis gewoond. Ze krabde en beet me, ook toen ze begon te wennen want ze wist niet hoe ze anders haar genegenheid kon laten zien. Maar dat heeft ze goed geleerd en is de grootste kroeler van het hele gezin; is goed gekomen!

Dan redden we Rainbow en Skylar en die komen er ook bij wonen. Oh hemel, Aurora vond t niets, Moonlight ook niet. Zolang ze kitten waren, was dat geen probleem maar ja, toen werden ze groter. Rainbow is altijd mijn zorgenkindje omdat hij geen brokjes wil eten. Hij denkt nog steeds dat die zijn op je behoefte op te doen. Alleen heeft hij die rare gewoonte, met veel sturen van mij, gelukkig afgeleerd. Eten zal hij ze nooit, al sterft hij van de honger. Maar toen werd Skylar puber, en buiten dat ook nog eens zo groot als een flink formaatje hond. Daar begon de ellende.

Hij wist zich de sterkste en pakte iedereen als hem dat uitkwam. Maar met eten was het helemaal een ramp. Hij leek wel totaal uitgehongerd en joeg iedereen weg bij hun eten. Hij at alles op. Zo ging het ook met de snoepjes. Een kat iets afleren, is een crime. Maar ik heb al eerder gezegd, ik ben enorm consequent. Ik ging de politieagent uithangen, om hem daarvan tegen te houden. Dat hield in dat ik bij alle maaltijden steeds tussen Skylar en de anderen moest gaan staan. Tot ze uitgegeten waren, stond ik daar dan. Als Jan Doedel. Het duurde 1,5 jaar maar toen had ik het toch voor elkaar, dat ik er niet meer tussen hoefde te staan, maar dat hij op me reageerde als ik een bepaald afkeurend geluid liet horen, of streng zijn naam zei.

Helaas kwam ik erachter, dat hij toen een soort van bang voor me was. Ja, het was er wel eens heftig aan toe gegaan. Begin dit jaar nog, resulteerde dit in een opengekrabde hand, omdat hij het niet met me eens was. Toch, vond ik zelf, had ik het dus verkeerd aangepakt. Anders was dit niet gebeurd. Alleen had ik gewoon niet geweten hoe ik het dan wel had moeten doen. Daarom ging ik hem extra liefde geven, extra prijzen en vaak aanspreken en aanhalen. Zo kon ik misschien het proces een andere draai geven. Positieve aandacht geven, met bakken vol, voordat hij de kans had om om negatieve aandacht te vragen. En dat begon te werken. Hij bleef wel het enfant terrible, voor de anderen. Dat was het jammere ervan, maar ja, wat kon ik daar nou weer aan doen, zonder weer die rare politieagent te spelen? Dan werd hij vast weer bang voor me, en dat wilde ik nou juist niet.

Ontzag en respect, ja, dat is prima maar angst is niet goed, klaar. En toen ik daar net een beetje verder in kwam, kwam Sunshine terug. Het hele kattenhuishouden op zijn kop, de hele hiërarchie klopte niet meer. Iedereen in de war, inclusief ik zelf. En met katten kan dat altijd even duren. Ik heb mazzel hier, ze kunnen ook nog naar boven. Wat ze altijd vol overgave doen, als ik ga stofzuigen. Naar boven of het balkon op, dat zijn hun 2 escapes voor het brullende monster. Maar al werd Skylar minder bang, hij bleef wel de bully en vooral Aurora moest het ontgelden. Soms ook Rainbow en zelden Moonlight.

Ik heb het idee dat Skylar zich een beetje onaantastbaar waande en vandaar dat hij zo deed. Alleen voor mij keek hij wel uit. Maar alleen als ik in zijn blikveld was. Dus ik moest hem nog geregeld terug fluiten. Rainbow kan heel goed van zich afbijten hoor, maar tegen zoveel natuurgeweld was hij ook niet opgewassen. En als hij dan ging gillen, dan sprong ik er even tussen. Ik laat ze elkaar niet half afmaken. Niet dat Skylar het vals bedoelde hoor, maar hij is gewoon veel te sterk voor de rest. Alleen voor Moonlight heeft hij het gepaste respect dat hij hoort te hebben.

Toen Sunshine dus terugkwam, kwam er verandering in het, toch wel vervelende, patroon. Want oh was dat grote kalf bang! Voor die kleine slanke Sunshine kroop hij het balkon op en die eerste week kwam hij daar alleen maar af, als Sunshine niet in de huiskamer kwam. Zijn angst voor een vreemde kat, die had ik niet zien aankomen. Een aantal dagen later, weekje of 2 of zo was dat, kwam Sunshine steeds wat vaker en wat langer binnen en beneden. Nou je zag Skylar bijna depressief raken. Zulke angst had hij nog niet gekend. En toen Sunshine, zeker in het begin, heel vervelend was tegen de anderen, was het helemaal erg gesteld met Skylar zijn angst.

Toch kwam hij er beetje bij beetje overheen, maar hij blijft op veilige afstand van Sunshine. Nu is dat iets minder en zie ik hem wel eens wat proberen. Ik zie ook, dat hij dat uiterst voorzichtig doet en binnen een seconde weg zal zijn, mocht het anders uitpakken. Sunshine laat hem de ene keer gewoon doen, en de andere keer, schiet Sunshine in de achtervolging en hoor je ze het hele huis door galopperen. Alleen als ik hoor gillen, dan grijp ik in. Wel lastig want Moonlight kan echt om niks gillen. Toch wil ik dat ze dat gegil als een soort van trigger gaan zien, dat ze weten, oh nu ga ik te ver. En daarom geef ik al tijd een gil, als er eentje gilt, of dat nou wel of niet terecht is. Kappen nu, klaar.

Het werkt best. Rainbow is nu weer zijn eigen aanbiddelijke zelf. Die was ook een tijdje van slag door de nieuwkomer. Moonlight gaat ook zijn gang. Aurora heeft veel mot, maar dat is niet alleen met Sunshine hoor, met allemaal vaak. Diva. En met af en toe gekissebis en gehis, en kattengejank, gaat het toch steeds een beetje beter. Alleen jammer, dat Aurora me vannacht opeens weer beet, ik schrok me rot en ik denk dat ik van de week even naar de dokter moet, voor een antibiotica kuurtje. Het wordt namelijk dik en blauw en haar boventandjes hebben door gebeten. Ik ben heel erg boos geworden op haar, en geloof me, ze weet het. Even later wilde ze weer bij me liggen, want toen ze beet, lag ze in mijn armen. Ik vroeg haar streng of ze wel lekker was, dat ze dat voorrecht voorlopig wel even verbruid had. Kom even gauw zeg. Ze droop af, ze wist het heus nog.

Proberen kan geen kwaad zal ze gedacht hebben. Dan heeft ze aan mij de verkeerde, ik blijf consequent. In diezelfde nacht, ik kon toch niet slapen, heeft ze het nog 2 keer geprobeerd. Ik heb haar beide keren weggestuurd. Hup, weg, als je zomaar uit het niets bijt, dan heb je aardig wat goed te maken. Zoals zij bijt, is wel heel erg pijnlijk hoor, en ik weet niet waarom ze het doet. En als er dan meer dan 2 jaar tussen zit, dan ben je er niet echt op berekend. Maar ze heeft zichzelf ermee, ze zal voorlopig ergens anders de nacht door moeten brengen. Bij mij mag ze voorlopig niet liggen, en geloof me, dat vindt ze een grote straf. Eigen schuld, vrouwtje dikke arm en zij alleen. Die bijt vast weer een jaar of 3 niet meer. Hoop ik toch…

29. sep, 2020

Kunst gaat over proberen het goede in de mensen te vinden en de wereld een klein beetje meer een meevoelden plek te maken... ~Keanu Reeves

28. sep, 2020

Ik heb al een tijd niets meer verteld over hoe het nu met Sunshine gaat. Ik ben er natuurlijk wel volop mee bezig, want ik zit er middenin. Het is nog niet op het niveau waar ik dolgraag zou willen zitten tussen hem en de anderen. Hij is nog maar net zo’n 3,5 maand weer terug, dus dat zegt nog niets. Ik heb een trekje en dat krijg ik er maar niet uit, ongeduldigheid. Als zoiets dan gebeurt, dan weet je, met katten kan dat alle kanten op. Het kan ook helemaal nooit goedkomen maar zo wel, en ze vallen elkaar niet direct in elkaars pootjes, dan kan het wel eens even duren. En dat vind ik niet zo fijn.

Ik wil dan eigenlijk, na een dag of 3 gedoe, dat het klaar is en dat ze allemaal nog lang en gelukkig leefden. Dat is de verlakkerij  van sprookjes. Gelukkig besefte ik als kind nog niet, dat je hier op aarde never nooit nog lang en gelukkig leeft. Er is altijd wel wat. Dat komt wel hoor, als we klaar zijn hier op aarde, vanaf dan is het echt een happily ever after, als je licht hebt tenminste. Anders, helaas, dan kan het nog wel eens ff voor je duren. Nu ben ik niet zo arrogant, dat ik denk al in die 1e sfeer te mogen komen. Ik zit ergens aan het einde van schemerland, en zelfs nu kan ik mezelf te hoog inschatten, maar ik gok hierop. Ik weet 1 ding zeker, ik zit niet meer in het laatste stuk van de laatste duistere sfeer, die het land van haat heet.

Dus zit ik sowieso in de schemer, op zijn minst. Alles wat hoger is, is mooi meegenomen. Ik ben wel een paar keer geflipt tegen de cits, en dat is ook weer niet goed. Sprankje licht pleitos. Maar ja, dat kon soms ook niet anders. Het is pas de laatste dagen echt weer een beetje rustig. Ik heb het idee dat mijn Sunnyboy een klein beetje begint te wennen aan zijn nu weinig opwindende maar wel totaal verzorgde leventje. En ik begrijp hem ook zo goed hè. Als je mij, vroeger dan hoor, zette voor veiligheid en comfortabel zijn, dan koos ik ook voor het avontuur. Achteraf niet handig hoor, maar ja, ik kreeg anders het gevoel een klein beetje te stikken. Pas nu ik echt wat ouder wordt, krijg ik behoefte aan rust en dus ook die veiligheid en comfortabel zijn. Daar moet ik nog even voor vechten.

En ik denk dat het voor Sunshine ook een gevecht was of misschien nog is. Want ze kunnen nu nog naar buiten ook en zo. Dat is over een paar weekjes weer afgelopen, als het te koud wordt om de deur open te houden. Hier blijft de deur zo lang mogelijk open en de verwarming zo lang mogelijk uit. Want dat heb ik wel voor ze over. Ik trek wel wat warms aan, of ik zit zelfs af en toe te rillen. Als ik totaal niet meer warm kan worden, ja, dan moet het wel allemaal veranderen. Dan gaat de deur dicht en dan gaat het spel met Skylar weer beginnen. Ik ben benieuwd hoe Sunshine dit gaat zien.
Skylar gaat te pas en te onpas dan voor de balkondeur staan te gillen. En geloof me, dat doet hij niet subtiel hoor.

Sun is regelmatig op het balkon te vinden dus hoe hij die dichte deur zal ervaren, geen idee. Voor hem misschien nog meer het gevoel om opgesloten te zijn. Dat kan dan weer leiden tot zijn ongedurige buien en die zijn niet prettig. Hij loopt dan rond te sluipen met het gezicht van een oorwurm, echt zo’n chagrijnig koppie heb ik nog nooit gezien bij een kat. Rainbow kan hilarisch boos kijken, maar zo als Sunshine, dat zijn er maar een paar hoor. Niet te doen. Want in die ongedurige buien, valt hij ook de anderen aan. Vooral Moonlight is daar vaak het slachtoffer van. Ik denk dat die 2 wel ergens diep iets voelen, en dat ‘iets’ zorgt ook voor frustratie.

Ik weet dat het die diepe liefde is, die ze hadden. Sunshine zoekt hem steeds op maar dan gaat Moonlight gillen. Want Moonlight was zo getraumatiseerd door het verdwijnen van zijn zo geliefde broer, waar hij zo tegenop keek, dat hij er ziek van werd. Voor zowel mij als Moonlight was de komst van Aurora toch wel een beetje onze redding. Voor mijn idee, is Moonlight die diepe liefde, gaan associëren met die diepe pijn die erop volgde. En daarom wil hij nu niets meer met die kattekop te maken hebben, die dit veroorzaakt heeft. Moonlight is bang voor liefde geworden erdoor. En aangezien ik heb meegemaakt hoe dat bij hem ging, begrijp ik hem ook. Alleen door zijn afwijzing naar hem toe, heeft Sunshine het juist op hem gemunt. Heel vervelend allemaal.

Toch, ook al is er best nog wat gedoe, ik zie het toch, zij het met hele kleine babystapjes, vooruit gaan. En vandaag, voor mij de 23e, kwam dat tot een enorme stap vooruit. Het zegt nog niets hoor, want dan ga je meestal ook weer stapjes terug. Daar ben ik al aan gaan wennen en daar reken ik maar op, kan het altijd meevallen. De afgelopen dagen is Sunshine toch iets minder onrustig en na een paar grote aanvaringen vorige week, waardoor ik zo moest gillen om ze uit elkaar te krijgen, is het de afgelopen paar dagen redelijk rustig hier in casa el Catos Locos. Eindelijk!

Sun komt vaak bij me liggen ’s avonds. Soms zelfs, ook erg bijzonder, met Aurora erbij. Aurora laat zich echt niet zomaar van mijn schoot afjagen hoor. En dat ging in het begin dan met gegil en gesis maar ik ben een consequent mens, en uiteindelijk liggen ze er nu soms allebei, als ze maar net genoeg afstand houden van elkaar, dan gaat dat prima. Moonlight ligt altijd ’s morgens bij me, als ik even het nieuws kijk en thee drink. Alleen vandaag lag Sunshine er al. Moonlight vindt het heerlijk als ik met de borstel, met de zachte kant, over hem heen ga en hem er koppies tegen laat geven. Alleen, op het opgevouwen plaid waar hij altijd lag, lag nu de oorzaak van zijn vele gil buien, Sunshine. Vertwijfeld liep hij rond te kijken wat hij nu moes doen.

Hij pakt altijd zelf de borstel van het plankje in mijn salontafel, en dat deed hij nu ook. Hij ging weer paniekerig draaien, toen ik de borstel van de grond pakte en zei ‘kom dan, gaan we bosteluh’. Op dat woord reageert hij zelfs van helemaal boven. Hij keek een beetje boos naar Sunshine, die prinsheerlijk op het kleed bleef liggen. Die had maling aan Moontje zijn gedraai. Hij ging lekker door met al spinnend melk trappen, met zijn pootjes in het plaid. Toen ik de borstel boven mijn schoot hield, sprong Moonlight er toch op. Dat is voor hem heel wat, want Moontje is veel maar geen schootkat. Hij draaide ze met zijn kop naar Sunshine toe.

Ik hield mijn adem al in en was voorbereid een paar schrammen op te zullen lopen. Maar ik liet ze even gaan. Ze bleven elkaar aankijken. Poe hee, spannend! Moonlight boog zich een beetje naar Sunshine toe, Sunshine boog zich een beetje naar Moonlight toe. Neusjes raakten elkaar en er werd wat gesnuffeld. Ik had niet eens in de gaten dat ik nog steeds mijn adem in zat te houden. Sunshine rekte zijn nekje nog iets verder uit, en begon Moonlight te wassen. Moonlight liet dat even toe. En volgens mij raakten ze er beiden van in de war want met een plof was de magie weg en gingen ze allebei van de bank af. Mij is opperste verrukking achterlatend. Zie je wel! Het komt echt wel goed! Helaas geen foto, maar die komen wel hoor. Al kan dat nog heel even duren!