1. sep, 2020

Dag augustus, hallo september!

En dan is het opeens alweer september! Jeetje zeg, ik krijg het er weer bijna benauwd van! Ik kreeg een mail én een zelfde brief van het UWV, dat ik over 7 maanden de bijstand in ga, als ik niet snel iets onderneem. Maar ja, ik zit nog in die opleiding, dus wat nou? Zo zie je wel gelijk dat alles geautomatiseerd gaat en er niemand iets weet, of zelfs kan schelen, wie er nou wat doe en hoe en wat het zit bij sommige mensen. Dat is wat er mis is in ons systeem, zodat je die toestanden krijgt als bij die kindertoeslag en de ellende die die mensen hebben meegemaakt of nog meemaken. Buiten het feit dat er van die engerdjes op hoge plaatsen zitten, die er plezier in scheppen om hun macht te misbruiken enkel en alleen omdat ze daar zin in hebben.

Bah, helaas voor hen, weten ze nog niet dat ze dit gigantisch terug krijgen. Wat een tijden zeg, leven we in. De ruzies en schietpartijen in Amsterdam en Rotterdam in het rappers slash zware criminele circuit, niet normaal. Kinderen die op een kinderboerderij de dieren mishandelen en mismaken. Ik gruw er enorm van allemaal, het houdt gewoon niet op. Mensen dragen maskers, anders zou je zo kunnen zien wie er nog rot van binnen is en wie al enigszins begint op te knappen in hun ziel. Nee, dat is het moeilijk van hier op aarde, je ziet dat niet. En in gedrag kan men zich enorm anders voordoen dan ze in werkelijkheid zijn.

Daar had ik het nog over op de apotheek van de week. Ik heb de pech, of het geluk, al naar gelang je het wilt zien, dat ik vaak door mensen heen kijk. Alleen kan je daar ook weinig mee. Soms stop ik het direct weg, alsof ik het niet wil zien of zo. Maar ik ben er een beetje achter gekomen, dat dit is omdat ook ik mijn oorzaak en gevolg nog voor mijn kiezen krijg en dan kan ik niet zomaar alle nare mensen weren, anders leer ik ook niks. Maar ik (door)zie ze wel. En als het mag, dan blijf ik erbij uit de buurt. Al lijkt het nu wel zo, dat je bij de rest van de wereld uit de buurt moet blijven. Want iedereen laat zijn maskers vallen, zo lijkt het wel tenminste.

Mensen dragen die maskers omdat ze weten dat hoe ze werkelijk zijn, niet getolereerd wordt in de maatschappij. Maar puntje bij paaltje zijn ze eigenlijk hoe ze achter dat masker zijn. Dat weten zij vaak als enige op de hele wereld, zelfs hun eigen ouders weten dat vaak niet eens. En soms komen ze in omstandigheden terecht, waarbij die maskers vallen. Zo had ik een vriendin, die steeds lelijk deed, en me daarna weer overlaadde met cadeaus. Ook een masker dus, het was niet echt en haar nare gedrag kocht ze af. Dat was heel vreemd, en toen ik het niet door had, snapte ik er ook niks van.

Maar het is zo gek niet, eens je het ziet. Je hebt van die mensen, die zich graag voordoen alsof ze heel lief en gevoelig zijn, maar oh, als je het monster achter dat masker mocht zien, dan schrok je je dood. En dat is boven zo, als je daarboven verder leeft. Daar hebben mensen die door roddelen anderen kapot maken bijvoorbeeld, mismaakte, enorme lippen. Zo zie je direct met wat en wie je te maken hebt. Mij lijkt dat heerlijk. Ik werk nu al hard om al mijn nare trekken weg te werken, maar ik denk dat ik in de 10-voudige versnelling zou gaan, als iedereen ze kon zien. Het punt is vaak, dat ze het zelf niet eens doorhebben, of zien. Ze rationaliseren alles weg. Door bijvoorbeeld veel cadeaus te geven en dan hard te roepen, hoe goed ze wel niet zijn.

Zo komt er in de boeken van Anthony Borgia, die vertelt over het leven in de ongeziene wereld, zoals hij dat noemt, ook zo’n verhaal voor. Over een man, die toen hij leefde elke zondag naar de kerk ging en daar heel veel geld gaf. Hij was een prominent lid van de kerk en dat liet hij graag zien en horen. Echt bergen geld gaf hij aan de kerk en aan de armen en hij deed meer van dat soort dingen. Groot was zijn verbazing dan ook, toen hij in de astrale wereld terecht kwam en zag waar hij was. Hij zat in de schemerwereld en alles was grauw, koud en viezig waar hij maar keek. In de schemerwereld lijkt er geen licht te zijn maar het is er ook niet donker. Dat komt namelijk, en dat staat ook in de Rulof boeken, omdat het licht waar zo over gesproken wordt, dat zit namelijk bij je van binnen!

Dus heb jij nog geen licht, dan is het donker waar je terecht komt. Want je schijnt geen licht uit. En licht staat gelijk aan warmte dus koud heb je het ook. Hoe donkerder je van binnen bent, hoe donkerder en kouder het is waar je bent. Je bent namelijk bij jezelf van binnen, beter kan ik het niet uitleggen. Het is iets dat je moet voelen, moet snappen. In elk geval, als het licht een beetje begint te komen, kom je in die schemering terecht. En daar zat deze man, als een gevalletje van klok en klepel. En boos dat hij was, boos! Hij was spuuglink op de hele wereld daar. En er komen altijd mensen langs, die je willen helpen maar hij wilde geen hulp, hij was zo boos.

Hij begreep het ook niet. Hij had bergen met geld aan de kerk gegeven! Bergen met geld en spullen aan de armen gegeven. En nu zat hij hier? Zijn ze helemaal van de pot gerukt daarboven! En bij elke hand die naar hem, in liefde en voor hulp, werd uitgestoken, beet hij die hand er zowat af. Hoe durfden ze! Hij hoorde verdorie bij Jezus zelf aan tafel te zitten en bediend te worden als de prins die uit een ver land op bezoek kwam! Het duurde eeuwen voor zijn woede afzwakte en hij zat nog steeds in het duister, terwijl hij, als hij had willen luisteren, die helpende hand had aangenomen, al lang en breed in het licht had kunnen zijn. En dat alleen omdat hij niet naar de werkelijkheid wilde kijken, hij wilde blijven vasthouden aan het valse beeld dat hij, ook voor zichzelf, had geschapen.

Toen hij eindelijk toch de hulp wilde aanpakken, moest hij eerst onder ogen zien, hoe hij nou echt geweest was daar op die aarde, waar hij zijn laatste leven had beleefd. Ja, hij gaf wel aan de kerk, hij gaf aan de armen. Hij woonde in een groots huis en had vrouw en 3 kinderen maar die behandelde hij als de potentaat die hij was van binnen. En hij schepte tegen iedereen die het wilde horen op, hoeveel hij doneerde. Als hij een arme zag, dan liep hij er met een boog omheen en hij spuugde er nog net niet op. Hij oordeelde en veroordeelde een ieder, die niet zo dacht als hij. En toch vond hij, dat hij zich de plek naast Jezus had horen te krijgen. Omdat hij al die nare dingen, die nare trekken van zichzelf, niet onder ogen had willen zien. Als hij dat wel had gedaan, dan had hij daar vast aan kunnen gaan werken. Hij doneerde niet uit de goedheid van zijn hart, hij doneerde om ermee te pronken, om er ogen mee uit te steken. Dat is doneren aan de duivel, om het zo maar te zeggen.

Pas toen hij dat wilde en kon zien, pas toen kon hij eraan gaan werken. Maar de eeuwen in het koude schemer hadden hem al veel milder gemaakt en hij is hard aan de slag gegaan, met de restjes van trekken, die hij nog had en hij ging anderen helpen, die net als hij waren geweest. Je kán namelijk geen goedheid of zachtheid kopen. Dat moet je worden! En hoe kan je iets worden, anders dan door het te doen, door het te zijn! Dat is ook wat er bedoeld wordt met ‘je krijgt wat je geeft’ en dan wordt dat niet materieel bedoeld maar gevoelsmatig. Want als je echt liefde geeft, dan krijg je dat ook terug. Als je bullshit geeft, dan krijg je dat zelf ook. En daarom is alles wat je anderen doet of geeft, eigenlijk dat wat je aan jezelf doet of geeft. Maar je moet het wel durven zien, hoe jij zelf de dingen geeft, op welke manier en met welke intentie. En pas dan kan je ervan leren!