29. okt, 2020

Afscheid nemen kent vele vormen

De volgende dag ben ik maar gaan bellen met Ikea, terwijl de stoffeerder er is en mijn huiskamer aan het voorzien is van een laag wit eiken vinyl. Klinkt tegenstrijdig maar het is wel zo. De 1e poging ging mis, ik werd eruit gegooid of zo, bij de Ikea. Hej! Doen eens lief! Hej is Hallo in het Zweeds, dat zeggen ze elke email weer. De 2e poging zeggen ze dat het zo druk is dat ik terug moet bellen. Dat doe ik dan ook direct nadat de verbinding verbroken is. In die ene seconde is het blijkbaar net rustig genoeg geworden om mij toch weer het ellenlange keuzemenu te geven. Het duurt even, maar dan heb je ook echt iemand aan de lijn hoor. Ik word echt gek van die keuzemenu’s die je soms totaal in de war maken.

In elk geval, het meisje is harstikke aardig en ze kan het voor elkaar krijgen, dat ik het 3e pakket al de volgende dag binnen kan krijgen. Zo dan, dat is even goed geregeld. Alleen hoop ik wel dat ik het juiste pakket krijg. Sandra had de dozen al verscheurd en weggebracht, dus wist ik niet of t pakket 1, 2 of 3 moest zijn. Als je kijkt naar de volgorde van in elkaar zetten, moet het bijna wel pakket 3 zijn. Ik vond het vreemd dat de telefoniste niet kon zien wat er in elk pakket hoort te zitten. Dat zou wel zo handig zijn. Want ik weet dat ik de lattenbodem en het voeteinde nog moet krijgen. Maar goed, ik heb gegokt dat het de 3e moet zijn, duimen dat ik goed zit met mijn pijnlijke handen.

Die handen zijn echt gemeen. Ze slapen bijna continu en ze doen echt 24/7 erg pijn. Maar ik kan ze ook niet even bij laten komen want elke dag moet ik ze gebruiken om te sjouwen, te boren, te schroeven en weet ik het allemaal. Dus ze blijven protesteren. Ik heb ze beloofd, nog geen week meer en dan krijgen jullie eigenlijk nog geen rust maar kan ik het wel iets rustiger aan doen. Ik zit toch nog maanden in de troep dus dat moet kunnen! Dan sla ik gewoon eens een keer even een dagje over, om gewoon op de bank te gaan liggen en te genieten van mijn zich erg vermakende cits en de binnenvaart in de Schie, zo vlak voor mijn neus. Heerlijk! Daar kijk ik al naar uit, want het is er zo rustig. Daar ben ik aan toe, na 15 jaar in deze gekke en achterlijk drukke buurt.

De avond ervoor, de donderdag, kreeg ik het trieste nieuws, dat mijn oom Aad is overleden. Dat is de oudste broer van mijn moeder. En dan is er nog maar 1 broer over, van dat gezin. Ook een heel raar idee. Dan ga je weer wandelen op de Laan der Herinneringen. Ome Aad en tante Jeanne, ik kwam er altijd graag als kind. Ik was enig kind en daar kreeg ik maar liefst 5 neven! Ome Aad, eigenlijk heet hij Arie, net als mijn opa, en zijn oudste zoon, heet ook Arie. Die wordt ook Aad genoemd en toen hij klein was, was het Atie. Aad was de oudste en ouder dan ik. Dan kreeg je John, ietsiepietsie jonger dan ik, maar dat zie je niet hoor, hij lijkt veel ouder.

Dan Rob, die weer van de leeftijd van mijn nichtje Ariëlle is, van mijn andere oom en tante en zo oud zou mijn broertje Leon ook geweest zijn. Elke keer weer, zeiden ze, dit is de laatste hoor! Maar ja, tante Jeanne wilde zo graag een meisje, en dus kwam Benjamin, die toch echt ook een jongen was. De naam Benjamin zegt het al, dit was echt echt echt de laatste hoor. Totdat Manuel geboren werd. En Manuel zijn oudste zoon, heet ook weer Arie. Zo blijft de traditie A.C. voortgaan. Door die drukte kwam ik er graag, er was altijd wel iemand om mee te spelen.

We gingen ook altijd met zijn allen op vakantie, nog voor Centerparks was dat. Dan gingen we naar Drenthe en huurden we huisjes midden in de bossen. Dat hebben we ook een keer ’s zomers gedaan maar meestal was het winter. Dan vierden we daar kerst en oud en nieuw, zo leuk! Oma en opa erbij, de hele familie. Veel spelletjes spelen, veel lol. Ook pesten mijn neven me dan wel eens. Zo hebben ze me een keer alleen gelaten, midden in de nacht op een kerkhof, door er massaal vandoor te gaan en me achter te laten. Woest was ik op ze. Ome Aad was altijd wel de rustigste en ik herinner me hem alleen als altijd vriendelijk.

Soms met een slok op, op verjaardagen, werd hij altijd sentimenteel en werd je soms half dood geknuffeld. Net 3 jaar geleden, was hij zo erg verdrietig om de ziekte van mijn moeder, zijn zusje. Hij was er veel, die laatste maanden, terwijl hij zelf ook behoorlijk pijn had, toen al. Hij kon altijd heerlijk vertellen over vroeger. Die verhalen waren altijd geweldig om te horen, over hun jeugd, en wat ze allemaal voor kattenkwaad uithaalden onder elkaar.

Zo hebben Aad en Ben, de 2 broers, hun zusje Christina, Tiny, mijn moeder, in haar slaap een keer helemaal vastgebonden met touwen. Echt van top tot teen zat ze vast. Toen ze wakker werd en zich wilde bewegen, lukte dit niet. In die tijd heerste er nog polio en ze zaten net weer midden in zo’n golf. Mijn moeder was bang om zoiets te krijgen en gilde het uit. Ze gilde dat ze polio had en mijn oma en opa kwamen aangerend. Om zo tot de ontdekking te komen, dat die 2 kleine rot broertjes een streek hadden uitgehaald. Oh wat was het leuk om zulke verhalen te horen.

Iedereen weet wel hoe ik erover denk, ze gaan naar zo’n prachtige plaats, dat ik het voor hen absoluut alleen maar een zegen vind. Toch, voor ons als achterblijvers, doet het altijd wel pijn. Je kan nog zoveel weten over het hiernamaals, dat neemt echt je verdriet niet bij je weg. En een ouder verliezen, hoe oud of hoe ziek ze ook zijn, dat doet gewoon pijn. En ik weet dat nog veel te goed, het is bij mij nog erg vers.

Daarom voel ik ook met mijn neven mee, en hun kinderen natuurlijk en zeker ook mijn tante Jeanne. Ik weet niet beter of ze waren altijd bij elkaar. Dat was zo’n stel, daar kwam niets tussen. Die waren al die jaren dag en nacht bij elkaar, vanaf ik geboren ben weet ik al niet beter. Daarom denk ik niet, dat ze hem al te lang missen kan. Ik wens de hele familie erg veel sterkte, want ik weet hoe het voelt. En elk stukje medeleven geeft gewoon toch een klein beetje troost.

Ik moest er gelijk aan denken, zodra ik het hoorde, vroeg ik zo aan mijn moeder; ‘en mam? Ben je je broer gaan halen? Ben je nu bij hem?’ En ik weet dat het zo is, dat ze hem in elk geval op is komen halen, dat weet ik wel zeker. Ik denk met liefde aan mijn ome Aad terug en ik kan niet anders doen dan te zeggen tegen hem; ‘Lieve ome Aad, bedankt voor alle leuke herinneringen en het vele lachen, de vele feestjes en dat u me altijd het gevoel gaf van me te houden. Geef mijn moeder een kus van mij! Ik zie u snel weer, tot dan! Dag ome Aad…’