1. nov, 2020

Geen geld maar spullen!

Op de vrijdag heb ik geprobeerd zoveel mogelijk naar zijn plek te slepen, nadat mijn vloer er eindelijk in zat. Ik heb de stoffeerder ook nog even gevraagd om mijn grote inloopmat even in te snijden. Die ligt nu ook perfect. Wel zie je nu gelijk hoe asymmetrisch het loopt daar maar dat geeft niet. Zo hou ik de boel netjes, zij het een beetje scheef. Nadat ik dit had gedaan, heb ik de grote Billy boekenkast in elkaar gezet. Maar daar moet ik nog een gat in maken, omdat er een stopcontact achter zit. En ik weet uit ervaring, die moet je niet zomaar wegmoffelen.

Dus die boeken Jozef en de Meesters van het licht, mijn grootste schat en bijbels, moeten er weer even uit. Want met maar 2 rijtjes boeken, kan je zo’n kast al opeens niet meer verschuiven. Boeken wegen lood, lijkt het wel. Maar dat geeft niet, komt goed ooit. Al kreeg ik het wel erg benauwd bij het zien van de rotzooi in de art corner. Kan ik wel al die kasten hebben nu, maar ik moet ze wel in elkaar kunnen zetten en daar is plaats voor nodig. Nu is het een bende en ik krijg het er zo benauwd van en ik ben zo moe, dat ik maar weg ga. Het is toch alweer tijd om de cits eten te geven.

Het avondeten geef ik ze gewoon beneden hoor, ik ben dan altijd zo moe, dat ik niet meer de puf heb om dat ene trapje te pakken en ze daar eten te geven. Die ochtend is al wat ik nodig heb en als ik ze daar maar aan kan laten wennen, dan is het goed. Zeker een dag van te voren water en bak neer zetten, want ik weet niet hoe lang ze er zullen zitten. En dan maar hopen dat ze elkaar heel laten! Ik zou ze het liefst nog in 2 kamers krijgen maar dat kan net iets te ingewikkeld worden. Dat moet ik dan maar even afwachten, hoe dat zal lopen.

De zaterdag kwam en ik wist dat ik het zwaar zou krijgen. Ik kan al bijna niet meer die trappen lopen, mijn knieën willen niet meer ondertussen. En 3 verdiepingen met 1 gestrekt been, dat is niks. In de ochtend krijg ik hulp van Jolanda weer en ook heeft mijn oud collegaatje Deborah zich aangeboden. En wat ben ik ontzettend blij met hun hulp. Mijn broer moet om 2 uur beginnen en Sandra komt pas daarna. Maar dan zijn wij hier hopelijk al klaar, want ik moet vanaf 13 uur weer op de BBstraat zijn, om het 3e pakket van het bed in ontvangst te nemen.

Oh wat hebben die meiden lopen sjouwen. Ik had het niet zo heel goed georganiseerd want er was nog veel losse rotzooi dat in zakken moest. Maar ze hebben die hele berg buiten gekregen, boven is nu echt leeg. Op 2 tafeltjes na en de salontafel. Er staan nog wat dingen op de zolder, daar doen ze maar mee wat ze willen. Doos met elektriciteit dingen, transformators en weet ik veel. Een ouwe singer naaimachine en van die stairmasters. Ik vind het goed hoor, het ziet er op t oog leeg uit. De tafel in de slaapkamer, waar mijn tv op stond, laat ik staan, daar voer ik de cits op, anders moet ik op de vloer gaan zitten, want mijn rug pikt ook niet al te veel meer. Als ik op de grond ga zitten, kom ik nu op het moment never nooit meer omhoog. Er zijn nog wat dingen, ik zie t nog wel. Ik heb tot de 3e om t weg te gooien of toch nog op te halen.

Deborah en ik zaten even bij te praten, tot Jolanda er zou zijn en ik vertelde net, hoe schuw die Sunshine wel niet geworden is, sinds hij terug is. Dat hij alleen bij mij komt. Ik heb dat mijn mond nog niet uit en hij komt om het hoekje kijken. Deborah steekt haar hand uit en hij komt me toch slijmballen! Ja hoor, WTF?! Dit heeft hij nog bij niemand gedaan! Ja, bij mij! Echt hoor, ze zetten je altijd voor Jan Joker, die katten! Ik kan er wel om lachen, en toch ook wel een indicatie, dat hij zich beter in zijn vel hier voelt. Helaas gaan we hier ook weg. Al weet ik zeker dat van alle 5 de cits, hij degene is, die zich direct aanpast en het accepteert. Hij is dat zo gewend, door zijn 4 jarig zwerversbestaan.

Toen Jolanda kwam nog even door geklept, en toen zijn we er tegenaan gegaan. Eerst gingen we de auto’s vol laden met wat er klaar stond om mee te nemen. Toen er niets meer bij kon, was het grofvuil aan de beurt. Ik haalde alles van zolder, en zij brachten alles naar beneden. Oh hemeltje, wat een gedoe. Zonder hen had ik het niet gered hoor. Die knieën zijn gewoon gemeen! En toen zijn we naar de BBstraat gereden. Ik wist nu dat we de auto’s gewoon de parkeergarage in konden rijden en dat we ze daar leeg konden halen. Ik had ook nog het zwaarste deel van de massief marmeren pilaar bij me. Dan kon ik die straks mooi weer op gaan bouwen. Dat ding weegt zwaarder dan lood maar kan gelukkig in delen uit en in elkaar.

Daarna, toen alles boven was, hebben de meiden me geholpen om even orde in de chaos te creëren. Ik kan dat normaal vrij goed zelf maar ik ben te moe denk ik. En dat merkte ik ook later, toen ik de lamp op wilde hangen. Het lukte me gewoon niet. Ondertussen was San er ook en die ging vast de 1e kast uitpakken. Nu bleek eens te meer hoe moe ik ben. Als ik dit alleen doe, wat bijna niet kan, met zulke grote kasten, al was het alleen maar het rechtop zetten, dan lukt het me nog. Maar als je dan samen staat te stuntelen, dan kan ik niet meer denken. Mijn hoofd is chaos op het moment en dat is eng. Het doet me denken aan toen ik net zo ziek werd.

Oké, het is nu dan wel met reden en toen niet, maar toch, fijn is anders. Later kwam Jolanda er ook bij en uiteindelijk, leek die hele kast niet te kloppen. Ikea bouwpakketten kennende wist ik, er is ergens een stap niet goed gegaan. En dus kon het weer uit elkaar tot waar het zeker goed was. Ik zei dat ik gewoon te moe was. Ik was al op én bezig vanaf 4 uur die ochtend, het  was nu bijna 6 uur in de avond. Ik was gewoon op. Morgen weer een dag. En we spraken af, de zondag dan maar verder te gaan en het met een fris hoofd weer te proberen. Toen ik later bijna sliep kreeg ik een appje.

Het was mijn broer die me een foto stuurde van een kast die in elkaar stond. Oh en wat is hij mooi! Het is een prachtig soort zwart/bruin, omdat in die kamer alle kasten en zo zwart worden, waar voor de rest alles wit is, in de rest van het huis. En wat lief dat hij na een late dienst, toch nog de moeite neemt om voor mij die ene nekkenbreker van een grote kast in elkaar heeft willen zetten! Dat zijn van die dingen, waar ik erg ontroerd van kan raken. Net zoals de geweldige hulp van Sandra, Jolanda en Deborah. Zo lief! Ja, ik ben een rijk mens! En als mijn moeder de enorme berg spullen zou zien zou ze zeggen;  ‘sjongejonge, geen geld maar spullen!’