5. nov, 2020

Die telefoon leeft een eigen leven hoor!

De dinsdag ben ik naar de BBstraat gegaan, nadat ik hier op de Bstraat ook alweer veel gedaan had. Eerst even langs de Lidl om koffie te halen, die was daar op. Ik zal er zo rond half 11 geweest zijn. Na een tijdje te zijn bezig geweest, dacht ik, even kijken hoe laat het is. Jolanda zou namelijk naar de BBstraat komen, om weer een rondje spullen halen te doen. Maar ik kon mijn telefoon nergens vinden. Lichte paniek welde in me op. Zou ik hem in de winkel verloren zijn? Ik maakte snel even af wat ik aan het doen was en ben maar naar huis gegaan. Daar was het al 12 uur. Ik mailde mijn broer en Jolanda, zo van, bel me even. Om te zien of hij hier ergens tussen de puinzooi lag. Maar ze zagen het mailtje blijkbaar niet.

Inloggen in Facebook kon ook niet, want ik heb een tweestapsverificatie ingesteld en moet inloggen altijd bevestigen via mijn telefoon. Ja hoor, Messenger ging dus ook niet. Opeens bedacht ik me dat ik kon inloggen op mijn Samsung account. Daar heb je ‘find my device’ en als je ziet dat het niet koek en ei is, dan kan je de boel afsluiten of zelfs deleten. Het ding is erg accuraat want ik zag mijn huis en ik zag daardoor, dat mijn telefoon in de auto moest liggen. Weer eens uit mijn zak onder de stoel gevallen. Net als de laatste keer dat ik find my device gebruikte.

Ik ging met een stapel zware glasplaten naar de auto en daar kwam Jolanda net aanrijden. Mijn telefoon lag inderdaad onder de stoel. Even een koffie en daar gingen we weer. Nog maar een paar keer en dan is dit over. Eindelijk, ik kan niet wachten! Mijn handen zijn ondertussen 2 pijnlijke gezwollen aanhangsels geworden waar ik niet veel mee kan doen meer. Zelfs typen en sturen doet pijn. Maar ja, ik schrijf alles maar op, anders vergeet ik de helft. En ik heb het idee dat ik ze daardoor behoed van totale verstijving. Dan maar een beetje door de pijn heen.

Met Jolan weer veel overgebracht. In mijn auto kan praktisch niets, geen achterbak zo’n cuore, maar ja, normaal verhuis je daar ook niet mee. Maar in dat autootje van Jolanda past toch echt wel een grote berg spullen hoor. Op de BBstraat alles weer uitladen. Had ik net mijn hal zo netjes leeg, want ik wil graag die kasten in elkaar maken. Alleen staat ie om de haverklap vol. We hebben samen even de vitrinekast op zijn plek gezet, best zwaar maar met behulp van het ‘hondje’ gaat dat dan nog net.

Ik heb geen idee meer waar alles is, omdat er met de tassen wordt gesleept, en niet alleen door mij. Echt geen idee meer waar wat is. Nou ja, komt nog wel een keertje dan. Erna ga ik weer terug naar huis en om 18 uur is mijn nichtje Ariëlle er weer, voor nog zo’n ronde. Ik kan niet meer maar ik moet gewoon door. Het is niet anders. Die handen, dat is best erg pijnlijk en vooral ’s nachts ook gewoon eng. Je voelt dat het niet goed zit. Naar een dokter? Ja, en weet je wat die zegt? Rust geven. Gaat dat? Kan dat? Nee dus. Heeft dus geen enkele zin. Ik geef het straks een week of twee om te herstellen en dan ga ik misschien wel even langs een dokter. Of ik naar binnen ga, is een ander verhaal.

Ging ik nog wat kasten dichtplakken zodat er geen vingers tussen komen, zit verdorie die ene rolluik kast nog vol! Potverdrie! En ik dacht nou toch dat ik het huis bijna leeg had. Staan er weer een paar tassen bij. Diepe, diepe zucht! De woensdagmiddag nog eens een ronde met Jolanda, die het meeste trap op en af gaat. Ik kan niet meer! Mijn knieën willen ook gewoon niet meer zo. Maar ja, het moet nog even. Als ik nog met Jolanda bij de BBstraat ben, belt Deborah, die eigenlijk in de avond zou komen. Ze is nu toch onderweg, maar gelijk doen? Ik dus als een speer naar de Bstraat en dan met haar weer een rondje. Nu is toch bijna alles wel weg hoor!

Ik bel ’s avonds mijn broer. We hebben morgen die begrafenis van mijn oom. Kan hij daarvoor nog komen aub? Want ja, zoals het nu is, kunnen niet eens de kasten en de grote dingen op hun plek komen. Ik moet even wat kwijt van de vloer, want die hele kast staat vol maar daar moet wel de wasmachine en de droger gezet worden. Als het niet leeg is, heb ik er ook geen plek ergens anders voor hoor! Hij zal niet blij met me zijn maar hij komt wel. Zoals altijd zijn er altijd dingen die tegenzitten en lang niet alle planken hangen nog, maar ik kan zo wel wat dingen op die planken plaatsen. Snel gaan zij weg om om te kleden en ik doe dat ook.

We zien elkaar weer op de begrafenis. Dat is ook wel heel apart zo om mee te maken zeg, in coronatijd. Ik had graag mijn tante een knuffel willen geven, maar ja, dat mocht niet. En dat vond ik veel erger dan ik had kunnen denken. Gewoon helemaal. Iedereen die je ziet, of die je geraakt ziet zijn, daar wil je even een arm omheen doen maar ja, dat mag niet. Heel apart, dit… Dat hebben we dan ook weer meegemaakt. Over mijn oom maak ik me geen zorgen, zijn zus zal daar wel voor zorgen.

Als ik thuis ben, zie ik, als ik eenmaal ga zitten, Sunshine en Moonlight bij elkaar liggen. Sunshine gaat Moontje zelfs wassen! Nou ja zeg, het moet niet gekker worden! En het werd uiteraard gekker. Die nacht lag Aurora in mijn knieholte en Sunshine stapte over haar heen, zonder dat ze begon te gillen en te meppen ook zelfs. En toen hij later lag, zag ik dat hij aan haar snuffelde en toen ook een paar likken gaf. Nou ja zeg, en zij liet het toe ook! Wat gebeurt er allemaal???

Ik probeerde maar niet aan de volgende dag te denken, de verhuisdag. Wat een ellende zeg! Daar heb ik toch zo geen trek in, ik ben zo bang, dat alles mis zal lopen terwijl ik weet dat ik zo niet moet denken. Maar ja, ik ben ook maar mens, ik moet het toch in mijn uppie doen allemaal en dat doet me wel wat, voel ik wel. Tuurlijk, Ben en San helpen me, Jolanda, Marij, Deborah, zonder al hun hulp was ik er nog niet half, als waar ik nu ben. Maar toch, regel het allemaal maar, stuur het allemaal maar aan, en zorg dat het allemaal maar goed komt.

En dat zonder de steun van een ander, zonder je zorgen of angsten te kunnen delen of uit te spreken. Ik zit echt niet op een partner te wachten maar op zulke momenten is het toch opeens heel even heel erg eenzaam. Geen kind dat je steunt, of helpt, niemand om je zorgen te delen. Ja, dat doet best pijn allemaal. Maar het is niet anders. Het is een wonder als ik kan slapen vannacht. Want morgen, morgen is er veel in goede banen te leiden… En dan moet je toch proberen om minstens een uurtje of vier je ogen dicht te doen.