29. dec, 2020

Rotterrrrrrdam! Je motter van houwe! Ja toch, nee toch, niet dan?!

Ik ben een Rotterdamse in hart en nieren. Ik praat dan wel niet zo plat als vele van mijn medestadsgenoten, maar ik vind ons taaltje daarom niet minder. Want echt plat Rotterdams, dat is grappig! Voor mij wel in elk geval. En als je kijkt naar hoe vaak er dingen in het Rotterdams worden gedaan, zoals onder andere vele reclames, dan ben ik vast niet de enige die erom moet lachen. En soms kom je van die stukken tekst tegen, en daar kan je dan zelf nog veel meer aanplakken ook. Want ja, ik ben toch ook een echte RotterdammerT, met de natte T ja.

Ja, een echte! Een Rotterdammer hoeft geen boterhammenworst, hij neemt een plakkie bliksult op brood. Hij of zij, maakt niet uit natuurlijk. Hij eet ook zeker nooit gekookte rode bieten, nee want hier eten we krootjes! Eet je veel, dan eet je als een bootwerker, dan bunker je je maagie proppievol. Als je tegen een heuvel op moet, dan noem je dat een aardige hoge hol. Een kopje thee, is een bakkie luizewater, te weinig koffie in je kopje noemen we een Haags bakkie. Wij nemen geen koffie, wij nemen een bakkie pleur. Als je rookt dan piel je daar toch nog lekker effe een sjekkie bij?

Als een Rotterdammer moe is, dan is hij naar de kloten, dan ga je effe meuren in je bed. Dan kruip je ’s morgens weer uit de lappe,  want dan ben je weer klaar voor een daggie pret. Na het wassen en de luizenbos rechtbreie (gewoon je haar kammen dus), kan hij weer hard aan het buffelen gaan (werken). Rotterdammers die moeten poetsen en niet lullen. Die staan gewoon de hele dag op hun klauwen, als t mot. Zijn ze vrij, dan gaan ze de hort op, of de breeje veertien, dat is een avondje op stap. Rotterdammers gaan niet, zoals de rest van Nederland, naar de Beurstraverse, nee. Dat noemen wij de koopgoot! Als hij de prijs ergens van vraagt en hij vindt het te duur, dan zegt ie ‘kejje bek niet verder ope?!’

Wij lopen hier niet achter de kinderwagen maar achter de larvenbak. En wij lope te lope. Ik loop dit nu ook te schrijve. Zo loopt dat te werke hier. Ik kan nog wel even doorgaan zo hoor. Zo heeft de Rotterdammer zijn eigen taal. Heel vaak zeggen we ook nog over een T achter, de natte T zoals wij dat noemen, als er geen T hoort. Hoort die er wel, dan laat je hem juist weg. Voorbeeld: Ha fijne gozerT, van je moederT! Ga je ook naar dat fees’? Ja, ik heb het ook niet verzonnen hoor, het is echt zo! Als ik mensen echt zo plat Rotterdams hoor praten, dan kan ik echt dubbel liggen. En als Rotterdamse zou ik moeten zeggen ‘dubbel leggen’. Want ook liggen en leggen, halen wij expres door elkaar. Ja toch, nee toch, niet dan? Ook zo’n bekende Rotterdamse uitdrukking die we bijna overal achteraan plakken. Ja toch? Niet dan?! Nou dan! En in vele variaties.

Ach ja, het zal een beetje eigenwijsheid gemengd met trots voor onze stad zijn. Wij zeggen ook heel vaak tering! Niet zo netjes maar niet echt bedoeld als scheldwoord. Als iemand anders zou zeggen, ‘zo hee!’, dan zeggen wij ‘TERING’ En als je echt niet wilt vloeken maar toch de krachtterm wilt gebruiken, dan zeg je ‘Rotterdamse deurbel zeg’. Als iemand dan vraagt wat je daar nou mee bedoelt, dan kan je uitleggen, dat je TERING bedoelt, tring tring tring, van bellen, op zijn Rotterdams wordt dan weer Te-ring te-ring, en hup, je hebt het netjes gezegd maar toch zo bedoeld. Je mot er maar opkomme hè! Ja toch?

In andere delen van het land hebben ze weer andere dingen. Wat ze overal wel hebben, zijn van die ouwe oma uitdrukkingen. Die ik vroeger als kind continu om mijn oren kreeg. Ik zal er een paar achter elkaar zetten. *Kindjes uit Afrika, die hebben pas honger! *het is geen weer om binnen te blijven! *zo, dan hoor je het ook eens van een ander! *dan máák je maar zin. *als je niks aardigs kunt zeggen, zeg dan maar niks. *waar een wil is, is een weg. *als iedereen in de gracht springt, spring jij dan mee? Om er maar een paar te noemen.

Van mijn moeder kreeg ik er nog een paar extra bij, al heb ik die van hiervoor echt allemaal vaak genoeg om mijn oren gekregen hoor. Maar zij gaf me er nog eens bij *al is een leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. En ook *doe bij anderen niet, wat je zelf ook niet zou willen. En deze twee, die zijn me het meest van alles bijgebleven. Daar heb ik nog steeds iets aan. Veel gelieg achter mijn rug, maar dat geeft niet, ooit komt die waarheid wel. En nu ik, door de Rulof boeken, ook weet hoe alles in elkaar zit, weet ik dat deze altijd zal uitkomen. Want er gaat niets verloren, alles maar dan ook alles, kan je terug gaan kijken. En dan zie je ook hoe het echt zat, en niet hoe anderen het willen doen voorkomen. Mooi toch? Alles komt altijd uit! Denk daar maar eens aan, mocht je een keer willen liegen. Daarom lieg ik ook alleen maar, als het heel erg zou kwetsen, zonder iets mee te geven. Ja, dan lieg ik gewoon maar puur uit liefde.

Nog 2 dagen, dan is dit jaar voorbij. En wat heb ik weer veel geleerd. Onder andere hoe ver ik, qua gevoelsleven, van bepaalde mensen af sta. Als je elkaar niet kunt aanvoelen, als een ander zich niet kan inleven, hoe iets voor jou moet zijn, dan zullen ze je nooit begrijpen. Dat is alsof je beiden van andere planeten komt. Zo heb ik de meeste mensen in mijn leven, en dat is niet makkelijk. Maar het zal een reden hebben. Gelukkig komen er steeds meer mensen bij, die wel van mijn planeet komen. Daar ben ik blij om en ik hoop dat er in 2021 nog veel meer van bij zullen komen. Voor de rest moet ik er maar mee leren leven.

Wat ik ook heb geleerd, is dat je echt gewoon afscheid mag nemen, van mensen, die je kwaad doen. Ongeacht wat de relatie tot diegene is. Dat is ook nog eens iets wat ik leerde. Familie is niet hetzelfde als bloedband. Bloedverwanten zijn geen familie, al kunnen ze wel bij je familie horen. Maar dat heeft niet met die bloedband te maken. Familie, dat zijn diegenen die je bellen en je op komen zoeken en die blij zijn met jou als gezelschap.

Die ondersteunen je en houden contact omdat ze dat leuk vinden, niet omdat het moet uit een soort van misplaatste plicht. Een bloedband betekent geen familie, totaal niet. Nog een belangrijke les was dat je afstand mag nemen van 4 soorten mensen, en dat dan je leven een stuk beter zal worden. Dat zijn mensen die 1 tegen je liegen, 2 je geen respect tonen, 3 je gebruiken en 4 je naar beneden halen. Die mensen, stoot ze maar af, die doen je alleen maar pijn en dat zal niet veranderen. En als die eenmaal uit je leven zijn, voel je vanzelf hoe dat, ondanks dat het zeer deed om afscheid van ze te nemen, toch oplucht.