24. jan, 2021

Echt klaar nu, tijd voor een baan?

Een tijdje terug kwam mijn broer de laatste dingen doen hier. Met die hal aanpassen kan ik nog even wachten. Op zich doen de cits nog niet moeilijk. Ik weet nog wel niet wat ze gaan doen als ik straks weer hele dagen de deur uit ben natuurlijk. Daarom wacht ik het nog even af. Bovendien heb ik geen centjes meer om er ook maar een plankje voor te kopen. Ik heb binnenkort helemaal geen centjes meer. Maar dat vertel ik later wel, als ik er weer helemaal uit ben. Ik strijd graag in stilte, zeg maar. In elk geval. Alles hangt wat hangen moet en alles is verder klaar wat de broer-klusjes betreft, voorlopig dan. Die extra entree in de hal maken, is dat nodig of niet, we weten het nog niet. Want als ik weer hele dagen weg ben, wat doen ze dan?

San en Benjamin waren gezellig meegekomen. San had de 1e van 4 dozen bij zich. Die was ik totaal vergeten, van mijn extra zolder in de Bellamystraat. En daar zitten ook wel spullen uit mijn jeugd tussen. Ik was dus blij dat ze dat gedaan had. Dat is toch lief dat ze daaraan gedacht had. Die doos kon ik dus op mijn gemak uit gaan zoeken, en de andere 3 neemt ze ook 1 voor 1 mee. Of ik per stuk als ik eens bij hen langs ga. Want ja, ik heb geen enkel plekje meer, waar je even zomaar iets kunt dumpen. Op zich niet verkeerd hoor. Dan kan je ook geen onnodige rotzooi bewaren. Maar het is dan ook wel weer zo, dat als ik iets vervang, zoals ik van plan ben met het kastje op de slaapkamer, of die achter de bank, heb ik er niet zomaar een ander plaatsje voor en dan moet het ook echt weg.

Al is dat dan ook wel weer goed, je kan niet meer hamsteren in een ruimte. En dat kost je dan later weer veel werk om op te ruimen en weg te werken. Daar ben ik wel vanaf. Mijn kast, waar de wasmachine staat en de droger, is het toonbeeld van efficiëntie en innovatief opruimen. Alleen, komen ze om de ketel schoon te maken. Moet ik alles maar dan ook alles uit de kast halen. Letterlijk en figuurlijk. Maar ja, hopelijk is dat niet vaker dan 1 x per jaar. Ik hoef hier dan wel geen verwarming aan te zetten, die staat echt nog steeds uit, maar douchen moet ik wel. Dus de ketel moet werken. Wie dan komt, die dan zorgt. Kan ik gelijk dat moment gebruiken om mijn kast op te ruimen. Je moet overal dan maar het positieve in zien. Tenminste dat probeer ik altijd. Of het lukt is een ander verhaal.

Ondertussen zijn we alweer een weekje verder dan toen mijn broer hier was. Ik ga vanavond lekker bij broer en schoonzus eten. Andijvie met gehakt. Die maken wij allebei klaar zoals onze moeder dus dat is genieten. Voor mij alleen vind ik dat zo’n gedoe. Dus ik geef mijn broer altijd een subtiele hint als ik daar weer eens trek in heb. Goh, wat eten jullie morgen? Toevallig andijvie met gehakt of zo? En meestal zeggen ze dan ja, dat is zo. Want dan gaan ze dat lekker halen de volgende dag. Of hij zegt zelf dat ze van de week weer andijvie eten en of ik tijd heb. Lekker hoor.

Gisteren, op maandag, zat ik na het opruimen en weer eens wat reorganiseren tot een efficiënter geheel, klaar om te gaan solliciteren. Net een broodje gegeten voor de lunch, bijna 12 uur. Dan kon ik er weer een paar uit sturen. Al heb ik er al veel en veel meer gedaan, dan de verplichte 4. Maar ja, dat is ook te weinig als je echt aan de slag wilt. De telefoon ging, onbekend nummer. Die pak ik uiteraard op, want je weet het maar nooit, met al die sollicitaties. Het was een erg aardige dame, die recruiter was bij het Erasmus. Hè? Het Erasmus? Maar die had ik er vrijdagmiddag laat pas uitgedaan? De 1 na laatste eigenlijk zelfs. Dat is ook snel!

Ze vroeg of ik vanmiddag tijd had om langs te komen. ‘Jaaaaaa, natuurlijk!’ wilde ik bijna gillen, maar dat doe je niet natuurlijk. Want ik wil dolgraag in het Erasmus werken. Sterker nog, ik heb halverwege mijn opleiding daar al gesolliciteerd. Gewoon omdat mijn stagebegeleidster zei, dat ik dat gewoon alvast kon doen. Dat heb ik niet gemeld hier via mijn blogs maar al lijkt het dat ik wel alles meld, dat is niet zo. En niet dat het geheim was of zo, maar gewoon, omdat ik toch al dacht dat het niet zou lukken. Dan krijg je weer de ah’s en oh’s en daar had ik geen zin in. Maar ik werd toen afgewezen want ze vermelden duidelijk dat je wel je diploma moet hebben.

In elk geval, ik had het geprobeerd. Aan het begin van mijn opleiding had ik al gezegd, dat ik in het Erasmus ging werken. Erasmus is me vertrouwd, ongeacht hoeveel verbouwingen er ook zijn geweest ondertussen. Mijn opa lag er vaak, die had chronische astmatische bronchitis. Regelmatig lag hij op de longafdeling en gingen wij weer op bezoek. Hij was elke keer kantje boord, vanaf ik klein was, tot zelfs nadat mijn dochter was geboren. Hij was zo sterk en zo’n vechter, en hij wilde iedereen alsmaar groot zien worden. Opa leefde voor zijn kinderen en kleinkinderen. Mijn oma lag er ook regelmatig.

En ik heb er zelf een aantal keren gelegen, de laatste keer nog voor mijn  beenoperatie. Toen was het nieuwe deel nog niet klaar. Mijn dochter is er geboren, en ik lag er toen ook een tijdje, omdat ik zwangerschapsvergiftiging had, wat ze nu met een mooi woord ‘pre eclampsie’ noemen. En als laatste en heel erg vaak, met mijn moeder.  Eerst elke keer naar de artsen, die mega zware operatie dat een groot stuk van haar pancreas weg nam. En toen voor de chemo’s tot ze uitbehandeld was en terminaal werd verklaard. Ja, ik ken er mijn weg wel vinden. Het is allemaal niet zo moeilijk en bovendien, er lopen genoeg mensen rond, die je de weg kunnen wijzen.

Ik heb natuurlijk een beetje lopen jubelen, toen ik had opgehangen. En ik heb even wat mensen gestuurd dat ik nu al op gesprek ging ergens. En toen was het nog heel erg vroeg eigenlijk. Half een was het, toen ik was uit gedanst. Eh oké, en nu? Oké, even een sinaasappeltje eten. Even douchen en aankleden, tenminste, wat netter aankleden dan dit ouwe kloffie. Ik zou met het OV gaan, dan kon ik direct zien hoe ik er vanaf hier kon komen. En toen besefte ik me, dat ik hier de bus aan het einde van de straat heb. En die bus, die naar Rotterdam Zuid gaat, stopt ook vlakbij het Erasmus. Dan moet je nog een klein stukje lopen en dan ben je er.

Nadat ik dat allemaal gedaan had, had ik nog veel tijd over. Jeetje zeg. Ik had geen rust meer, en stel dat er dan net iets gebeurd, als je een krappere marge neemt, en dan ben je te laat. Ik dacht, ik ga daar lekker al heen! Lekker op mijn gemakje, daar een kop koffie halen. Even gaan zitten beneden tot het bijna tijd is en ondertussen mijn tabellen met medicatie doornemen. Voor het geval dat ze daar vragen over gaan stellen. Zo kon ik in elk geval de resterende tijd wel doorkomen. Zo gezegd, zo gedaan. En ik gaf de cits wat lekkers en ik ging er vandoor. Vertel ik overmorgen de rest!